Materiaal

Kaartjes met Arnaud

Vele uren keken we op verschillende plekken naar hoe theaterdocenten jongeren begeleiden. Uit onze observatieverslagen destilleerden we een aantal handelingen die we de theaterdocenten zagen uitvoeren. We zetten elke handeling op een kaartje en verzamelden de kaartjes onder acht thema’s.

We leggen deze kaartjes voor aan theaterdocenten bij wie we gaan observeren en gaan erover in gesprek. Waar hechten ze belang aan? Waarom doen ze wat ze doen?

We lichten er per thema een antwoord uit om zo een inkijk te kunnen geven in de praktijk van de theaterdocent.

In februari 2022 observeert Tanja een les bij Arnaud Deflem, theaterdocent bij PIKOH, kunsthumaniora Hasselt. Hij werkt er met een groep zesdejaars die op dat moment werken aan hun ‘Solo XL’. Iedere jongere maakt een solo van ongeveer twintig minuten.

Risico en veiligheid


Rust en tijd installeren

‘Da’s een werkpuntje. Ik heb altijd het gevoel dat ik te veel ‘jaag’. Ik doe dat jagen soms met een reden: ik wil dat ze bezig blijven maar ik geloof dat rust en tijd heel productief kunnen zijn. Ik laat dat nog te weinig toe.’

Feedback


Aanbieden van een nieuw idee in plaats van te oordelen

‘Ik probeer eerder zelf te zoeken waarom iets niet werkt. En ik doe dat hardop zodat een jongere mijn gedachtegang daarin kan volgen. Ik probeer te vermijden om zelf een idee aan te dragen. Ik wil niet dat ze het gevoel krijgen dat ze mijn ideeën aan het doen zijn. Maar ik vind dat wel moeilijk. Ik moet regelmatig mijn tong afbijten. Ik ben ervan overtuigd dat door ze ideeën aan te reiken, ik ze afhankelijk maak van mij als ‘ideeëngever’. Terwijl zij maken deze solo, zij creëren. Ik installeer bewust het gevoel dat het van hen gaat moeten komen, niet van mij. Daar zit de overtuiging achter dat ik geloof dat iedereen ideeën kan hebben. Ze moeten zoeken wat ze volgens hen moeten doen om ideeën of materiaal te genereren. Hoe ze dat moeten doen is voor iedereen anders.’

Vragen stellen


Luisteren, samenvatten en doorvragen

‘Dit vind ik zeer belangrijk. Hieruit bestaat een groot deel van het werk voor mij. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ik met hen op zoek moet gaan naar wat zij willen vertellen.’

Opdrachten


Individuele opdrachten geven

‘Ik reik ze werkwijzen aan waar mogelijk materiaal uit voort kan komen. Dat doe ik voor iedereen individueel, afhankelijk van waar ze op dat moment in hun proces zitten. Van wat ze op dat moment nodig hebben om vooruit te kunnen geraken. Bijvoorbeeld aan een leerling die mooi materiaal aanmaakte rond verdriet en eenzaamheid, gaf ik een schrijfopdracht over vriendschap en warme herinneringen. Met als doel wat tegenkleur te zoeken en te kijken of hij daar later iets mee kon doen in zijn solo. Of een leerling die vastzat omdat ze dacht dat ze niet in beelden kon denken, liet ik samenwerken met een andere leerling. Ik gaf ze als opdracht om op tempo verschillende ensceneringen te bedenken. Ik liet ze daarvoor beginnen met een object wat ze op scène plaatsen. Waar precies? Vooraan? Achteraan? Of juist in het midden? Daarna een acteur er bij. Waar staat, zit of ligt die ten opzichte van dat object? En dan een handeling erbij. Hoe verhoudt die acteur zich tot dat object? Doet die daar iets mee of niet? Vervolgens een korte ontwikkeling: wat gebeurt hierna? Door elkaar aan te vullen ontstaat er op korte tijd eenvoudig materiaal. Dat liet ik een aantal keer doen. Ik probeerde zo de idee-fixe te doorbreken van de leerling die dacht dat ze niet in beelden kon denken.’

Kunstenaar onder de kunstenaars


Kunstenaar onder de kunstenaars zijn

‘Samen zoeken doe ik zeker. Toch is dat voor mij niet ‘kunstenaar onder de kunstenaars zijn’. Ik zeg of doe bewust bepaalde dingen waarvan ik weet dat dit het maakproces van de jongere in kwestie goed zal doen. Ik link ‘kunstenaar onder de kunstenaars zijn’ met een verlies van het pedagogisch handelen, een verlies van het didactisch bezig zijn. ‘Ah, ik heb impulsief verf meegebracht en we gaan iets met verf doen omdat dat mijn artistieke crave is op dit moment.’ Natuurlijk is het wel belangrijk om een keer iets in het midden te leggen maar waar ik echt van probeer weg te blijven is het opdringen van mijn stijl, mijn smaak. Ik wil niet dat ze als ze zelf iets maken een kloon worden van mij. Ik handel dus bewust in het belang van wat zij willen maken.’

Ervaring delen

‘En dan niet noodzakelijk ervaring delen van mezelf als maker. Ik verwijs regelmatig naar ervaring die ik opbouwde als theaterdocent. Door jarenlang dit soort werk te doen met jongeren. Tegen een leerling die vastzit zeg ik dan bijvoorbeeld: ‘Vorig jaar had ik een leerling die dat tegenkwam, gelijkaardig aan jouw situatie nu.’ En ik vertel dan welke strategie die leerling gebruikte om uit die impasse te geraken.’

Het proces


Nadruk leggen op het belang van het proces

‘Ja, het proces is belangrijk. Toch merk ik dat ik naar het einde toe ook moet ‘duwen’. Moet maken dat ze een aantal zaken beslissen zodat ze vooruit kunnen. Het eindresultaat moet er uiteindelijk wel zijn.’

Individuele coaching


Helpen kaderen van emoties als onderdeel van een maakproces

‘Bij een proces als dit komt veel onzekerheid kijken. Ik luister daar oprecht naar, geef ruimte om hierover te ventileren. Ik doe mijn best om het echt te begrijpen. En ik leg uit dat het onderdeel is van een maakproces, dat iedereen dat heeft.’

Coaching van de groep


Het werken op de vloer stimuleren

‘Dat doe ik absoluut. En dat is soms sleuren. Daar gaat veel energie inzitten. En tegelijkertijd is de neiging tot uitstellen absoluut herkenbaar. Vraag mij om iets te maken en ik blijf ook lang in mijn hoofd zitten. Maar ik weet uit ervaring dat eens je op de vloer gaat het beter vooruitgaat. Ik push ze dus om op de vloer te gaan én oordeel mild over hun uitstelgedrag.’

Het ontbrekende kaartje

Of Arnaud of een kaartje mist? Waar grijpt hij vaak naar in het begeleiden van jongeren die zelfstandig maken wat nog niet op een kaartje staat? 

Stelen van ideeën aanmoedigen

‘Ik moedig de leerlingen aan om veel te gaan kijken naar voorstellingen en te stelen van wat ze zien. Dat kan iets heel technisch zijn: ‘Dat soort licht langs achter is keileuk.’ Of dat kan iets inhoudelijk of vormelijk zijn: een idee, een beeld, een zin, een reeks bewegingen… Inspiratiebron hiervoor voor mij is het boekje ‘Steal like an artist’ van Austin Kleon waarin hij een pleidooi houdt om je volop te laten inspireren door het werk van anderen, goede ideeën te stelen en ze naar je hand te zetten.’

LEES MEER

Plaats een reactie