Materiaal

Kaartjes met Giovanni

Vele uren keken we op verschillende plekken naar hoe theaterdocenten jongeren begeleiden in het zelfstandig maken. Uit onze observatieverslagen destilleerden we een aantal handelingen die we de theaterdocenten zagen uitvoeren. We zetten elke handeling op een kaartje en verzamelden de kaartjes onder acht thema’s.

We leggen deze kaartjes voor aan theaterdocenten bij wie we gaan observeren en gaan erover in gesprek. Waar hechten ze belang aan? Waarom doen ze wat ze doen?

We lichten er per thema een antwoord uit om zo een inkijk te kunnen geven in de praktijk van de theaterdocent.

In november 2022 observeert Tanja bij Giovanni Baudonck. Ann zag hem eerder aan het werk samen met Georgina del Carmen Theunissen bij TransfoCollect. Giovanni is self-made theaterdocent, maker, acteur, coach, spoken-word artiest en hij is lid van de artistieke kern van TransfoCollect. Tanja observeert hem als hij werkt met jongeren in Het Bos in Antwerpen, in aanloop naar het GEN-ZIE Festival van Fameus. Jongeren die zelf iets willen maken, kunnen tonen op het festival. In de laatste dagen voor het presentatiemoment krijgen ze een coach om hen te begeleiden in hun werk. Giovanni is de coach van de jongeren die zich inschreven voor ‘performance’.

Risico en veiligheid


Humor inzetten als tool

‘Ik vind humor belangrijk, als opstap naar energie. Mensen vergeten soms dat het in een proces belangrijk is om je gewoon te amuseren. De lichtheid van het doen. Het gaat over energie. Energie, overgave en urgentie hangen samen en maken dat iets ruw en onaf kan zijn maar toch interessant om naar te kijken. En dan niet alleen energie in de betekenis van heel actief zijn maar in de betekenis van dat je een proces aangaat, werkt met materiaal en uiteindelijk iets te vertellen hebt.’

Feedback


Eén op één gesprekken voeren

‘Feedback geef ik altijd in de vorm van een gesprek. De jongeren hebben daarin altijd de ruimte om ja of nee te zeggen, iets met de feedback te doen of niet. Ik geef geen oordeel: ‘Ik vind dat slecht.’, maar ik zeg hoe iets op me overkomt en als dat niet is wat ze bedoelen komt de vraag naar hoe we dat dan wel kunnen bereiken vanzelf en praten we daarover door. Ik zoek naar hoe ik iets kan meegeven zonder dat ik de positie inneem van dé leraar, dé coach. Een gesprek voeren op dezelfde hoogte is essentieel voor mij. Ik ben één van hen, we leren van elkaar.’

Vragen stellen


Vragen stellen over hoe men wil vertellen

‘Waarom, waarom, waarom? Ik vraag eindeloos door over de keuzes die ze maken op gebied van vorm. Wat willen ze ermee vertellen? Hoe willen ze dat het overkomt? En ik laat het niet bij vragen alleen: ik vertel hoe wat ze doen op mij overkomt. En ik zeg hen wat ik sterk vind werken en wat niet. Soms geef ik daarna een opdracht om een spoor te onderzoeken, soms geef ik een idee om op verder te werken.’

Opdrachten


Opdrachten aanbieden om materiaal te genereren

‘Dit doe ik zeker in dit proces. Omdat het jonge gasten zijn die maar een paar dagen de tijd hebben om iets te maken, kies ik ervoor om hen via opdrachten materiaal te laten aanmaken. Soms hebben ze er zo lang over zitten nadenken, hoe het er moet uitzien, wat het precies moet zijn. Terwijl je dat niet alleen kan doen in je hoofd, je moet dat doen op de vloer. Vanuit het doen kom je dan problemen tegen, daar moet je dan bij stoppen en die moet je dan oplossen. Dat proces verandert misschien heel het aanvankelijk idee. Je kan dus niet iets vastzetten van in het begin, je beperkt je daardoor. Eigenlijk zeg ik door zo te werken gewoon: “zoek nog even verder, probeer nog niet te denken aan wat het moet zijn, hoe het er moet uitzien, aan de overgangen, zeker nog niet aan hoe het zou moeten eindigen, maar ga gewoon op de vloer en onderzoek je idee.” Op die manier zoeken we en ontdekken we samen wat er zou kunnen zijn. Ik ontdek graag.’

Kunstenaar onder de kunstenaars


Kunstenaar onder de kunstenaars zijn

‘Voor mij gaat het eigenlijk over pedagogie. Mensen leren wat iets maken is, waarom je dat doet en waarom dat belangrijk is. Dat vind ik interessanter dan alleen proberen iets te maken wat hoogstaande kunst is. Zeker in een project als dit waarin tijd zo’n bepalende factor is. Pedagogie gaat voor mij over mensen. Ik werk met mensen en elk individu is anders. Dat betekent dat ik niet met iedereen op dezelfde manier kan werken. Voor mij is pedagogie gaan kijken: wie ben jij? Wat wil jij vertellen? Wat is belangrijk voor jou? Wat zijn jouw frustraties? En hoe kunnen we dat in sterktes veranderen?’

Het proces


Nadruk leggen op het belang van het proces

‘We leren van kleins af om resultaatgericht te werken. We moeten dat afleren vind ik, maar dat is moeilijk. Het resultaat gaat er wel zijn maar dat kan alleen door het resultaat los te laten en je gewoon te gaan inbedden op de vloer, in het proces, in het zoeken. Het blijven zoeken maakt dat ze uiteindelijk echt iets te vertellen hebben wat van hen is.’

Individuele coaching


Helpen om zelf beslissingen te nemen

‘Ik stel veel vragen over wat ze aan het maken zijn, en zo komen we uit op punten waarop een beslissing moet worden genomen. Ik laat ze die beslissingen zelf nemen, op een veilige manier. Ik vind het belangrijk dat ze ervaren dat ze dat zelf kunnen anders gaan ze het steeds minder en minder durven. Dit heeft voor mij opnieuw te maken met pedagogie: een persoon is zich aan het vormen, misschien als kunstenaar, misschien niet als kunstenaar maar eerder als individu, en voor mij is die persoon geen ‘pion’. Ik ben geen poppenspeler die aan de touwtjes trekt. De mensen waarmee ik werk, zijn mensen en ik wil hun eigenheid in het werk wat ze maken laten, er moet vrijheid in blijven zodat het hun project kan zijn.’

Coaching van de groep


Gebalanceerd afwisselen tussen intensief begeleiden en loslaten

‘Ik werk goed in chaos omdat ik zelf een chaoot ben. Soms kan ik in een roes zitten als ik werk en kan dat vervelend worden voor de jongeren waarmee ik werk: ik denk niet aan pauzes, aan uren, ik ga maar door. Soms biedt het juist voordelen: ik begeleid dan bijvoorbeeld tegelijkertijd twee groepjes op de vloer: ik werk intensief met groep één en hou één oog op groep twee om meteen even in te kunnen grijpen als ik zie dat zij weer een duwtje in de rug nodig hebben. Om daarna intensief met de groep twee te werken en tegelijkertijd groep één in het oog te houden.’

Het ontbrekende kaartje

Of Giovanni een kaartje mist? Waar grijpt hij vaak naar in het begeleiden van jongeren die zelfstandig maken wat nog niet op een kaartje staat? 

Zelf doen op de vloer

‘Ik sta aan de kant, zij staan op de vloer, ze kunnen dus niet alles zien wat ik zie. Als ik iets zie, kies ik er soms ook voor om het zelf te doen. Zeker niet altijd want dan wordt dat te directief en ik doe dat ook op verschillende manieren.

Een eerste manier is werken als een ‘passeur’, zo noemen we dat bij TransfoCollect. Ik ben bij TransfoCollect gewoon om met twee te werken: één persoon aan de kant en een andere persoon op de vloer die ‘faciliteert’. Een passeur is iemand die op de vloer energieën probeert te sturen, iemand die regisseert op de vloer maar zonder te spreken. Bijvoorbeeld niet uitleggen aan welk tempo iemand zou kunnen lopen, maar het doen op scène en de spelers in kwestie het meteen laten meedoen om het ze zo te laten aanvoelen.

Een tweede manier is om samen stap voor stap door alles heen te gaan. Ik ga met de jongere in kwestie op de vloer en laat ze dan zeggen wat ze eerst doen, ik laat het ze doen én doe het daarna zelf. Dan de volgende stap die ze in hun hoofd hebben op dezelfde manier en zo tot het einde. Ik vraag dan: ‘Wat gebeurt er nu? En waarom gebeurt dat?’ En zo al vragend én al doende gaan we stap voor stap door alles heen. Ik doe dit als ik zie dat er heel veel ideeën zijn, heel veel indrukken waardoor iemand verloren is. Door er op deze manier stap voor stap samen door te gaan, al pratend én al doende, wordt het vaak duidelijker.’

LEES MEER

Plaats een reactie