Wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden, doelgericht of aarzelend op de tast…’
Freek De Jonge
Hoe begin je? Welke opdrachten kan je gebruiken om een groep te laten starten met zelfstandig creëren?
In het project ‘De volledige lijn’, experimenteerden theaterdocenten in het Deeltijds Kunstonderwijs op onze vraag met het zelfstandig laten creëren door jongeren.
De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.
En beginnen, dat deed iedereen.
Aan de Kunstacademie Eeklo, begonnen Flo Callens, Manon De Baecke en Monique Janssen. Aan Art ‘Iz Izegem, begonnen Anthony Notebaert en Benjamin Sercu. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Flo, Manon en Monique bij Kunstacademie Eeklo.
Manon werkte met een groep 14- 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Haar opdracht:
Maak een korte solo die gaat over iets wat jou fascineert.
‘Ik heb de opdracht niet in één keer gegeven. Ik heb die langzaamaan aangebracht, verspreid over de eerste twee, drie lessen. Op het einde van de derde les wisten ze dus wat de opdracht was.
Ik wilde dat hetgeen hen echt bezighield, wat hen fascineerde opborrelde bij hen. Ik heb daarnaar gezocht door ze korte opdrachten te geven in de les en thuis.
Eerste deel van de opdracht, in de les:
Zoek in je Instagram: als je niet met school of hobby’s bezig bent, waar ben je dan? Waar ben je mee bezig? Schrijf dit op voor jezelf, je hoeft het dadelijk niet voor te lezen.
Kies er nu drie dingen uit die er voor jou echt uitspringen.
Tweede deel, thuis:
Personaliseer het logboek dat ik je gegeven heb. Zorg ervoor dat je fascinaties te zien zijn op de cover van je logboek.
Derde deel, in de les:
Kijk naar de logboeken van de anderen. Ga bij een logboek zitten en schrijf woorden op die in je opkomen bij het kijken naar dit logboek. Waar doet het je aan denken? Doe dit bij elk logboek.
Ga bij je eigen logboek zitten en lees wat de anderen schreven bij jouw logboek. Kies hier een aantal woorden uit die er voor jou uitspringen.
Vierde deel, in de les:
Kies muziek, één nummer dat voor jou de sfeer vangt van één van je fascinaties.
Het logboek en de muziek waarmee ze voor het eerst werkten in deze opdrachten, kwamen in de loop van het proces nog regelmatig terug. Ik wilde dat al het materiaal dat ze zo verzamelden, als voeding kon dienen voor hun solo.‘
Monique en Flo, werkten met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Ze startten gezamenlijk en gaven improvisatieopdrachten aan de groep. In deze opdrachten bleek de fascinatie van de groep voor het thema ‘tijdreizen’ en ‘teletijdmachines’. Vanuit dit gezamenlijk vertrekpunt, gingen ze elk op hun eigen manier verder met hun groep.
De opdracht van Monique:
Maak een korte solo.
Ga voor of achteruit in de tijd.
Start als jezelf en transformeer gaandeweg.
Elk voorwerp of kledingstuk dat je gebruikt, moet een functie hebben in het geheel.
Eindig met een cliffhanger.
‘De vier uitganspunten voor de opdracht heb ik op een groot blad geschreven voor ze. Dan ben ik eerst begonnen met brainstormopdrachten en tekenopdrachten. Ieder van hen kreeg een groot blad papier om op te tekenen en te schrijven: Naar welke tijd zou je willen? Teken een tijdmachine. Wat is je favoriete gespreksonderwerp met goede vrienden? Enzovoort. Na een tijd stond dat papier dus vol met tekeningen, woorden, gedachten en ideeën die van hen waren. Dat was het startpunt.’
De opdracht van Flo:
Maak een solo die maximum vijf minuten duurt.
De solo begint op het moment dat je uit een teletijdmachine stapt.
Je solo start in stilte en in die stilte komt het publiek te weten in welke tijd de solo zich afspeelt.
‘Een concrete startopdracht had ik in het begin niet, dat is eerder organisch gegroeid. De jongeren zijn door opdrachten beginnen te improviseren en daar zat interessant materiaal in. Ze kwamen steeds terug op het gegeven van een ‘teletijdmachine’. Pas dan hebben we besloten, mede onder impuls van jullie vraag, om daar een opdracht rond zelf maken aan te koppelen.’

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Anthony en Benjamin van Art’Iz Izegem.
Anthony werkte met een groep 16- 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Maak een solo van maximum vijf minuten vanuit een thema dat je intrigeert.
‘Ik koos bewust voor een zo open mogelijke opdracht. Ik wilde proberen om ze zo vrij mogelijk te laten zowel op gebied van inhoud als op gebied van vorm. In de loop van het project heb ik dat wel wat bijgestuurd omdat ik merkte dat die grote vrijheid niet voor iedereen werkte.’
Benjamin werkte met een groep 15- 16-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Maak een vertelprogramma met de groep dat ongeveer een kwartier duurt.
Kies een thema om rond te werken.
Het programma kan bestaan uit bestaande en zelfgeschreven teksten.
‘In de eerste les hebben we gekeken naar de bundels van het tijdschrift ‘Dichter’. Ook daar is er per bundel een thema waarrond poëzie verzameld is. Ze kozen een thema van één van de bundels en hadden zo meteen een schat aan bestaande poëzie rond hun thema. De eigen geschreven teksten hebben ze later in het proces verzameld door improvisatieopdrachten en door schrijfopdrachten die ik ze gaf.’
Welke opdrachten gebruikten Flo, Manon, Monique, Anthony en Benjamin om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten? Dat lees je in ‘Made in Eeklo en Izegem’.
Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.