Hoe kijken jongeren terug op de ervaring van een maakproces, eens ze terug met hun voeten op de veilige oever staan? Wat heeft hen geholpen? Wat vonden ze moeilijk?
We kiezen fragmenten uit het gesprek met de jonge maker en koppelen dat telkens aan een quote uit de literatuur of uit een gesprek met een docent die we observeerden en interviewden. Elf keer luisteren en lezen.
Ik spreek vandaag met Azra. Ze was 16 jaar toen ze gekozen werd om deel te nemen aan het VAART-traject bij Fabuleus in Leuven. En zo kon Azra onder de vleugels van Fabuleus haar eerste eigen voorstelling maken, de monoloog De T van Belg. Ze werd gedurende enkele maanden zowel op logistiek als artistiek vlak ondersteund in het maakproces en speelde haar voorstelling in Leuven en Gent (bij LARF! op een Knal!Interval!).
Dirk De Lathauwer en Filip Bilzen van Fabuleus trekken het Vaart-project. Op verschillende momenten tijdens het proces vinden intervisiegesprekken plaats samen met de andere jongeren die de kans krijgen om een creatie op poten te zetten. Hoe loopt het bij elk van hen? Waar lopen ze tegenaan? Wat kan hen verder nog helpen? En hoe kunnen ze elkaar helpen of geruststellen? Azra’s coach was theatermaker en schrijfster Anna Vercammen. Zij kreeg zes halve dagen om Azra te begeleiden.

Ik spreek een hele avond met Azra. Ondertussen heeft Azra ook bij Victoria Deluxe in Gent deelgenomen aan de voorstelling Transit en is ze ook deelnemer van Younited9000 (workshops theater en beweging voor jongeren). Ze vertelt me veel: wat ze geleerd heeft, wat ze moeilijk vond én ze kiest uit onze kaartjes enkele handelingen die ze opgemerkt heeft bij haar coach of begeleiders tijdens het maakproces. Wat werkte voor haar goed en wat minder? En heeft ze nog tips voor de coach van de toekomst?
Azra over de autonomie van de maker
QUOTE uit een interview met Georgina Del Carmen Teunissen:
“Ik ga het niet maken, zij gaan het maken, daar begint het al mee.”
Azra over de kritische coach
QUOTE uit een intervieuw met Janni Van Goor:
“Ik bevraag heel veel, maar als mensen dingen doen die ik heel slecht vind dan zeg ik dat ook, dan zeg ik ‘dit werkt niet daarom en daarom en daarom”. Ik ben daar heel direct in omdat ik vind dat ik de knowhow die ik in de loop der jaren heb opgebouwd niet achterwege kan laten omdat ze alles maar zelf moeten ontdekken”
Azra over opdrachten
QUOTE uit een interview met theaterdocent Jelle de Grauwe:
“Ik zeg ze altijd dat ze moeten zoeken naar iets dat zij alleen maar op dit moment, op deze plek kunnen maken. Niemand anders kan dat, jij moet dat doen. Ik laat ze daarnaar zoeken op verschillende manieren. Door woorden op te schrijven die volgens hen verband houden met wat ze echt willen vertellen. En ik laat ze beelden verzamelen rond hun inhoud: beelden uit beeldende kunst, fotografie, … In het begin nog lukraak. Die beelden en die woorden bekijken we dan samen. Ik pols dan eerst wat die leerling zelf ziet in de beelden en de woorden en wat ik dan heel mooi vind, is dat er dikwijls al veel verbanden zijn die een ingang vormen om vanuit te werken, zowel naar inhoud als naar vorm. En dat geef ik ze terug. Vaak zijn dat dingen die voor het rapen liggen, maar waar ze zich eenvoudigweg niet bewust van zijn en ik merk vaak dat ze na zo’n gesprek vertrokken zijn.
QUOTE uit een interview met Arnaud Deflem:
‘Ik reik ze werkwijzen aan waar mogelijk materiaal uit voort kan komen. Dat doe ik voor iedereen individueel, afhankelijk van waar ze op dat moment in hun proces zitten. Van wat ze op dat moment nodig hebben om vooruit te kunnen geraken. Bijvoorbeeld aan een leerling die mooi materiaal aanmaakte rond verdriet en eenzaamheid, gaf ik een schrijfopdracht over vriendschap en warme herinneringen. Met als doel wat tegenkleur te zoeken en te kijken of hij daar later iets mee kon doen in zijn solo. Of een leerling die vastzat omdat ze dacht dat ze niet in beelden kon denken, liet ik samenwerken met een andere leerling. Ik gaf ze als opdracht om op tempo verschillende ensceneringen te bedenken. Ik liet ze daarvoor beginnen met een object wat ze op scène plaatsen. Waar precies? Vooraan? Achteraan? Of juist in het midden? Daarna een acteur er bij. Waar staat, zit of ligt die ten opzichte van dat object? En dan een handeling erbij. Hoe verhoudt die acteur zich tot dat object? Doet die daar iets mee of niet? Vervolgens een korte ontwikkeling: wat gebeurt hierna? Door elkaar aan te vullen ontstaat er op korte tijd eenvoudig materiaal. Dat liet ik een aantal keer doen. Ik probeerde zo de idee-fixe te doorbreken van de leerling die dacht dat ze niet in beelden kon denken.’
Azra over het vinden van materiaal
QUOTE uit een interview met Jorg van den Kieboom
‘De eerste twee repetities van het zelfstandig maakproces heeft Lara opdrachten gedaan met de jongeren vanuit haar werkwijze, zodat de jongeren konden zien hoe zij materiaal genereert. Ze deed een opdracht met hen om hen te ondersteunen in het elkaar regisseren. Lara vroeg een deel van de jongeren om te kijken aan de kant en een deel om ergens op de spelvloer te gaan ‘hangen’ en te denken: ‘Dit is de beste houding ooit’. Lara werkte er op haar manier aan verder: door wat ze zag op de vloer, gaf ze de spelers steeds een nieuwe spelregel. Uiteindelijk vroeg ze aan de jongeren aan de kant om een spelregel te geven vanuit wat ze zagen gebeuren op de vloer. Op die manier proberen we de ervaring te delen hoe je een wisselwerking kan laten ontstaan tussen speler en regisseur. We wilden laten zien dat een regisseur niet alwetend hoeft te zijn, maar op het moment kan reageren. Dat het interessant kan zijn om met je speler op de vloer te gaan en te zien wat de speler aanbiedt en vanuit wat je interessant vindt, verder te gaan. Niet meteen teveel willen, maar stap voor stap zoeken. De groep had met mij al gewerkt naar een voorstelling toe, mijn werkwijze kenden ze. En ze konden zo zien dat er niet één werkwijze bestaat. Sommige jongeren pikten uit de manier waarop wij werkten dingen mee om uit te proberen. Anderen beseften door het meekrijgen van twee werkwijzen dat er dus meerdere bestaan. Dat hun eigen werkwijze dus ook goed is.’
Azra over het verzamelen van materiaal:
QUOTE uit “The Performer’s Guide to the Collaborative Process” van Sheila Kerrigan:
“Draw characters, costumes, masks, environments. Make a diagram of build, structure, and design. Write about the themes, philosophical underpinning, symbology, background. Invent biographies for your characters. Describe the mood, color, atmosphere, and world of the piece. Write metaphors, dreams, memories. When you get into the studio, choose one aspect of your idea that you know something about, and devise a game or exercise to help you discover more about it. Do something—anything—with it. “
QUOTE uit “On Connection” van Kae Tempest:
I could start by paying particular attention to things I don’t usually notice. The place where two trees meet at the roots. The bricks in the wall that I walk past. The floral shapes in the cast-iron railings. The colour of things. (p. 114)
Azra over het verdiepen van materiaal
QUOTE uit een interview met Jelle de Grauwe:
“Het spelen met het materiaal: dat laat ik ze vaak doen. Dat heeft voor mij met de vormelijke kant te maken. Ik vraag regelmatig: ‘Doe dat nog eens maar in een andere vorm.’ Of veel concreter bijvoorbeeld: ‘Doe dat eens een aantal keer, elke keer met een ander muzieknummer eronder.’ Of ‘Doe dat nog eens maar op maximum één vierkante meter.’ Of: ‘Doe het eens op locatie en niet hier in de repetitieruimte.’ Of ‘Doe het nog eens maar met één attribuut en daarna met heel veel attributen.’ Ik probeer hen het plezier mee te geven om een speeltuin te maken met het materiaal dat ze al hebben. Ik laat ze zo ontdekken hoe een andere vormkeuze iets anders kan communiceren.”
Azra over het uitstellen van feedback
QUOTE uit een interview met Jeroen Op De Beeck:
“Wat ik heel belangrijk vind, is oordeel uit te stellen. Oordeel voelen opkomen, binnenhouden en zoveel mogelijk uitstellen. Open kijken dus waardoor de speler een vrijheid kan krijgen om te gaan spelen, want je kan eigenlijk niks fout doen. Zo kan het vertrouwen in het spelen heel hard groeien. Wat ik bij mezelf ervaar, is dat als ik dat oordeel echt kan loslaten, er veel vrijheid en creativiteit naar boven komt, en dat kan echt deugd doen.”
Azra over beperkingen opleggen
QUOTE uit “A Choreographer’s handbook” van Jonathan Burrows:
“Your context will influence what happens, for good or bad; recognising your limitations is part of the process. Practical limitations can be the most marvellous spur to creative decision-making.” (P. 51)
Azra over het delen van expertise
QUOTE uit “Steal like an artist” van Austin Klein:
“Nobody is born with a style or a voice. We don’t come out of the womb knowing who we are. In the beginning, we learn by pretending to be our heroes. We learn by copying. We’re talking about practice here, not plagiarism-plagiarism is trying to pass someone else’s work off as your own. Copying is about reverse-engineering. It’s like a mechanic taking apart a car to see how it works.”
Azra over vragen stellen
QUOTE uit een interview met Giovanni Baudonck:
“Waarom, waarom, waarom? Ik vraag eindeloos door over de keuzes die ze maken op gebied van vorm. Wat willen ze ermee vertellen? Hoe willen ze dat het overkomt? En ik laat het niet bij vragen alleen: ik vertel hoe wat ze doen op mij overkomt. En ik zeg hen wat ik sterk vind werken en wat niet. Soms geef ik daarna een opdracht om een spoor te onderzoeken, soms geef ik een idee om op verder te werken.”
Azra over kunstenaar zijn onder kunstenaars
QUOTE uit een interview met Sébastien Hendrickx:
“Het werk van Rancière en zijn emancipatorische pedagogie is voor mij inspirerend voor hoe ik me opstel als docent in de klas. Je stelt je niet boven de studenten. Het gaat niet over “luister maar naar mij”, maar het is een samen zoeken en je deelt je eigen onwetendheid met de studenten. Je kennis is misschien verschillend, maar je gaat uit van gelijke intelligenties.”
LEES MEER