Creatieprocessen initiëren en begeleiden van jongeren, hoe doe je dat? Op een donderdagochtend in november overleggen en ontdekken de studenten en docenten van de Educatieve Masters Drama van KASK & Conservatorium, School of Arts Gent, Conservatorium School of Arts Antwerpen, LUCA Arts en Erasmus Brussel.
We ontmoeten elkaar in een workshop over ons onderzoek: om dit soort creatieprocessen te duiden, als teaser om ermee met jongeren aan de slag te gaan en om de weg te tonen naar de blog waar verdiepend materiaal te vinden is dat je op weg kan helpen.

Beeld uit de workshop. © Joân De Bruyckere
Om de workshop te openen, schreef Tanja ‘Waarom we blij zijn dat jullie hier zijn.’ Een tekst over onze keuze om in dit onderzoek geen kant en klaar didactisch stappenplan te schrijven maar denkpistes te openen waar elke theaterdocent zich toe kan verhouden.
Waarom we blij zijn dat jullie hier zijn.
We zijn blij dat jullie hier zijn.
Waarom?
Zo’n onderzoek: waarom doen we dat om te beginnen?
Wanneer heeft onderzoek zin?
‘Verleiden tot het midden’ is een onderzoek voor en door theaterdocenten over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren.
Met ‘jongeren’ bedoelen we in dit onderzoek iedereen tussen grosso modo 12 en 20 jaar die geen theateropleiding aan een Hogeschool volgt.
Met ‘autonoom podiumwerk’ bedoelen we in dit onderzoek een jongere die als speler/maker eigen werk creëert, alleen of in samenwerking met anderen. Er is een duidelijk verschil met co-creatie: het is niet de theaterdocent die inhoud of vorm aandraagt en de jongere die materiaal in dit kader genereert, het is de jongere zelf die inhoud en vorm bepaalt.
De jongere maakt dus zelf en de theaterdocent initieert en begeleidt het maakproces.
Bon. Maar een onderzoek hiernaar: heeft dat zin?
Choreograaf Jonathan Burrows schreef: ‘Research is probably the wrong word to describe what it means to shine a torch into all this fog .’
Een licht laten schijnen in de mist. Maar welk licht en vooral welke mist precies?
Wat deden we tot hiertoe in dit onderzoek?
Lezen, schrijven, observeren bij theaterdocenten die ervaring hebben in het begeleiden van jongeren in maakprocessen, materiaal verwerken en toegankelijk maken via onze blog, experimenteren in de eigen praktijk, experimenten opzetten in de praktijk van anderen en artikels publiceren.
Heeft dat zin?
Hoe kan wat wij verzamelen zijn weg vinden? Welke weg? Met welk doel? We willen de kennis vergroten van theaterdocenten. Hoe dan?

Beeld uit de workshop. © Joân De Bruyckere
De Nederlandse filosoof Menno de Bree werkt als bedrijfsethicus en hij denkt door in zijn werk over wat dat is, kennis. Hij probeert teams te begeleiden in beslissingen nemen over zaken die ze tegenkomen in hun werk. Meestal zaken waarin verschillende belangen botsen. Wat is het ‘juiste en het goede’ om te doen?
De Bree houdt de aloude visie van Aristoteles over kennis in zijn achterhoofd. Volgens Aristoteles bestaat echte kennis uit drie delen: episteme, techne en phronesis. Episteme is de theoretische kennis, kennis die geldt voor alle gevallen en altijd waar is. Techne is de praktische kennis: vaardigheid hebben in iets, weten hoe je bepaalde taken uit moet voeren. Phronesis is de praktische wijsheid, de ethiek. Het gaat om het vermogen om te oordelen wat het juiste is om te doen in een bepaalde context, rekening houdend met de specifieke omstandigheden en de betrokken personen. Het houdt in dat je in staat bent om het goede te zien en van daaruit te kiezen wat te doen.
Het goede zien. Dat zou mooi zijn als theaterdocent. Weten wat te kiezen uit alle mogelijkheden die voorhanden zijn. In de voorbereiding van een les of repetitie en in de les of repetitie zelf.
De filosofe Iris Murdoch zegt dat weten wat het goede is om te doen vanzelf komt als je goed genoeg observeert. Beter leren kijken. Niet beter leren kiezen. Want zodra je beseft wat het goede is om te doen, hoef je niet meer te kiezen. Aandacht geven, stilstaan bij: het komt dikwijls terug in de gesprekken die we voeren met theaterdocenten. Niet voor niks dus.

Beeld uit de workshop. © Joân De Bruyckere
Het goede doen en daarvoor putten uit ervaring, onderwijsfilosoof Gert Biesta noemt het ‘teacher judgement’. Hij benadrukt dat lesgeven een complex proces is waarin leerkrachten voortdurend beslissingen nemen op basis van de kennis van hun vak, rekening houdend met de studenten waar ze mee werken en zich baserend op hun ervaring.
Opnieuw die ‘Phronesis’ van Aristoteles. Een praktische wijsheid. Weten wat het goede is om te doen. Of beter: observeren en zo zien wat het goede is om te doen.
Gaandeweg werd dit inzicht een leidraad voor ons in dit onderzoek. Wat kan helpen als je jongeren begeleidt in zelfstandig creëren? Als je vaak op het moment zélf moet beslissen, moet zien wat het goede is om te doen?
Een maakproces start met een maakopdracht. Hoe kan die eruitzien? Zijn er goede en minder goede startopdrachten? Op welke manier kan een startopdracht het proces al meteen richting geven? Waarom kies ik als docent voor deze opdracht met deze jongeren?
De maakopdrachten om uit te putten om jongeren zelfstandig te laten maken zijn nodig om het proces in gang te zetten maar wat daarna? Een uitgewerkte methode om toe te passen kan alleen een beetje richting geven want elke situatie is anders. Zeker in ons vak waar creativiteit, het zoeken naar wat we nog niet kennen of weten essentie is.

Beeld uit de workshop. © Joân De Bruyckere
In ons onderzoek zien we verschillende thema’s terugkomen waar theaterdocenten zich toe verhouden in dit soort werk. Hoe omgaan met feedback geven? Hoe zoveel vertrouwen geven dat een jongere durft te experimenteren? Hoe structuur geven aan een creatieproces? Hoe inspireren? Hoe creëren op de vloer mogelijk maken? Hoe omgaan met tijd? Vragen waar tijdens het onderzoek nooit een éénduidig antwoord op kwam maar een waaier aan mogelijkheden. Soms elkaar aanvullend, soms tegengesteld en allebei bruikbaar maar opnieuw: in de goede context, op het goede moment, bij die jongere die er baat bij kan hebben.
Hoe kunnen wij vanuit het onderzoek ondersteunen om de weg te vinden in dit kluwen van mogelijkheden? Om te maken dat het makkelijker wordt om het goede te zien in het heetst van de strijd en van daaruit te handelen?
We kunnen mogelijkheden aanreiken. Hoe meer mogelijkheden je kent om iets te doen, hoe meer je hebt om uit te putten. Wat het goede is om te doen op dat moment, in die context, blijft volgens ons aan het inzicht van de theaterdocent zelf. De docent die de jongeren kent, het werk waar ze mee bezig zijn en de precieze omstandigheden waarin ze maken.

Beeld uit de workshop. © Joân De Bruyckere
We zijn blij dat jullie hier zijn.
Omdat dit onderzoek door theaterdocenten is, dat zijn wij, maar vooral voor theaterdocenten, dat zijn jullie. In het delen van wat we ontdekten gaandeweg, zit voor ons de zin van ons onderzoek. In het hier samenzijn met jullie.
Omdat sporen van wat wij deden, via jullie terechtkomen bij die jongeren die willen creëren. En om hen draait het uiteindelijk voor ons. Het onderzoek wordt voor ons dus van belang wanneer het juist niet meer traceerbaar is. Het onderzoek is niet het meest geslaagd in een mooi artikel in een tijdschrift maar via jullie op de vloer met de jongeren.
Referenties
Biesta, G. (2013). The beautiful risk of education. Paradigm Publishers.
Burrows, J. (2022). Writing Dance. Varamo Press.
Schaubroeck, K. (2020). Iris Murdoch. Een filosofie van de liefde. Letterwerk.
Sprekel, D. (2023). Menno de Bree: ‘Beter denken leidt tot betere beslissingen.’ Filosofie magazine 11-2023.