Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.
Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?
De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.
In de Kunstacademie Zwevegem experimenteerden Annelies De Nil en Barbara Demeyere. Jarne Van Loon deed dat in de Stedelijke academie voor muziek, woord en dans van Zottegem. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.
Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Zwevegem en Zottegem dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.
Eerder posten we al hun startopdrachten.
Jarne werkte met een groep 15-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Maak in tien minuten drie mogelijke beginscènes.
Maak de beginscènes zo verschillend mogelijk.
‘We hebben een lange periode zitten nadenken en brainstormen aan tafel en na een tijd voelde ik dat ik op zoek moest gaan naar hoe ik die jongeren op de vloer kon krijgen. Ik wou ook dat ze meteen met verschillende mogelijke vormen zouden gaan experimenteren. Hebben jullie al een beginscène zonder tekst? Prima, en maak er nu ook één met heel veel tekst. En ik merkte dat de tijdslimiet in die opdracht hen sterk hielp om wél op de vloer te geraken. Nog maar één beginscène? Jullie hebben dan nog maar vijf minuten voor de twee andere beginscènes. Ze voelden zo ook dat het best mogelijk is om op zo’n korte tijd al iets op de vloer te brengen. Dat is bepalend geweest voor de rest van het proces.’
Annelies en Barbara werkten met een groep 12- tot 14-jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Hun opdracht:
Ga kijken naar de presentatie van een andere groep hier op de academie.
‘Pik’ iets uit deze presentatie en gebruik het in wat jullie zelf aan het maken zijn.
‘Dit heeft een enorme boost gegeven aan hun werkproces. Vaak namen ze dingen over op gebied van vorm en herwerkten ze dat zodat het eigen werd en iets toevoegde aan wat ze aan het maken waren. Doordat ze dat deden, werd wat ze aan het maken waren theatraal meteen interessanter. Dat willen we volgend jaar nog meer ruimte geven in de maakopdracht.’
Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil werkt op dit moment aan een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht. De podcast verschijnt binnenkort op de blog.