Gert Biesta
Doorgaan met lezen “Het prachtige risico van onderwijs”Auteur: verleidentothetmidden
Wicked Theaterlessen
Emiel Heijnen en Nadieh Graumans-Tigchelaar
Doorgaan met lezen “Wicked Theaterlessen”Publicatie bestellen
Verleiden tot het midden
Over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren
Deze uitgave is het eindpunt van het onderzoek “Verleiden tot het midden”, een onderzoek voor en door theaterdocenten over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren. De uitgave biedt een inkijk in het verloop van het onderzoek en in de belangrijkste bevindingen.
Er is een beperkte oplage gedrukt van onze publicatie. Je kan ze aankopen zolang de voorraad strekt.

Meer informatie over het boek en mogelijkheid om het online te bestellen vind je hier.
Het boek kan je ook ter plaatse aankopen in de kunstenbibliotheek van de school of arts van HOGENT.
Meer informatie over het boek:
Beschrijving
Verleiden tot het midden
Over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren
Deze uitgave is het eindpunt van het onderzoek “Verleiden tot het midden”, een onderzoek voor en door theaterdocenten over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren. De uitgave biedt een inkijk in het verloop van het onderzoek en in de belangrijkste bevindingen.
Auteur: Tanja Oostvogels en Ann Saelens
KASK & Conservatorium, school of arts van HOGENT en Howest
De veranderingen in het theaterlandschap in de laatste decennia hebben ertoe geleid dat de focus op de acteur als auteur van zijn eigen werk belangrijker werd. Meer en meer zetten theaterdocenten daarom ook in op het begeleiden van processen waarbij de jongeren eigen werk maken.
Het ontbreekt theaterdocenten van vandaag echter vaak aan ondersteuning om jongeren in het complexe proces van hun eigen creatie te begeleiden. Het onderzoek “Verleiden tot het midden” wil hier een bijdrage aan leveren.
Deze publicatie bundelt op het einde van het onderzoek teksten die getuigen over de uitgevoerde onderzoeksdaden: teksten over experimenten in de eigen praktijk van de onderzoekers, interviews met theaterdocenten, getuigenissen over observaties in de praktijk van collega’s en topics die in de marge van het onderzoek van belang bleken. Deze teksten verschenen eerder op de blog “Verleiden tot het midden”.
Daarnaast zijn ook twee nieuwe teksten opgenomen. In het “Manifest” kregen de onderzoeksresultaten hun plek. “Zwembanden” is een selectie van opdrachten die theaterdocenten inzetten om zelfstandige maakprocessen te initiëren of te ondersteunen.
We hopen dat deze uitgave een inspiratiebron kan zijn voor theaterdocenten die het avontuur aangaan om jongeren te begeleiden in het creëren van autonoom werk.
Het onderzoeksproject werd gefinancierd door het Onderzoeksfonds Kunsten van HOGENT en liep van september 2021 tot september 2024.

Een gratis PDF versie van het boek vind je hieronder.
Eindstation Verleiden tot het midden
Ons onderzoek loopt ten einde! Op 3 oktober 2024 presenteren we in Gent na drie jaar boeiende ontmoetingen en experimenten onze onderzoeksresultaten.
Wil je erbij zijn? We sluiten af met een ontmoetingsmiddag en de voorstelling van onze publicatie. We doen dit in het kader van de ‘Roadtrip Cultuureducatie’ van Publiq.
Het volledige programma en mogelijkheid om in te schrijven vind je via deze link. Tot dan?

Het is van mij
Tijdens het Kaap_Knal_Interval op 28 maart 2024 in theaterhuis LARF! toonden we een kort filmpje waarin verschillende jongeren uit onze vorige experimenten aan het woord zijn over hun maakprocessen. De deelnemende theaterdocenten, theatermakers en jonge makers van het Kaap_Knal_Interval werden zo warm gemaakt voor een volle dag samen repeteren en reflecteren over de begeleiding van creatieprocessen van jongeren. Meer over deze dag kan je lezen op de blog bij :
Dwaaltocht; Feedback en Eigenaarschap; Maaktips en Octaviaanse discussie
In deze video aan het woord:
Theaterdocenten: Flo Callens, Manon De Baecke, Barbara De Meyere, Annelies De Nil, Anthony Notebaert, Benjamin Sercu, Tom Van der Velde, Jarne Van Loon en Sofie Van Maele.
Jonge makers: Azra, Boutaina, Cléo, Gitte, Doua, Fleurette, Lore, Margo, Maxim, Roel, Rosie, Theola, Tine, Winter en Zoë.
En met dank aan alle theaterhuizen die deelnamen aan het Kaap_Knal_Interval: Secundair Kunstinstituut Gent, 39Graden, SAMWD Zottegem, KAAIMAN, BRONKS, fABULEUS, DEGASTEN, MOB, Larf!, Victoria Deluxe
LEES MEER
Maaktips
Wat voor tips kunnen jongeren die zelf iets maakten, geven aan andere jongeren die een zelfstandig maakproces starten? Leerden ze maken? En wat leerden ze dan?

In de loop van het onderzoek interviewden we regelmatig jongeren over hoe zelfstandig maken voor hen was. Over wat voor begeleiding hen hielp. In die gesprekken vertelden ze regelmatig wat ze leerden in die processen over het maken zelf. Dat deden ze vaak ongevraagd omdat ze enthousiast waren over wat ze hadden ontdekt. Ze vertelden hoe ze maakstrategieën ontwikkelden en over hoe ze de volgende keer in een maakproces zouden stappen. Of ze gaven maaktips voor jongeren die, al dan niet voor het eerst, een maakproces aangaan.
We vroegen voor een laatste experiment van het onderzoek aan een tiental theaterdocenten en coaches van tien verschillende theaterwerkplaatsen om jongeren te begeleiden in een zelfstandig maakproces. Op 28 maart werd het werk van deze jongeren getoond op het Kaap_Knal_Interval bij Larf! in Gent. In de namiddag namen de jongeren cue’s door in de theaterzaal en ’s avonds presenteerden ze voor elkaar en voor een warm publiek. In de namiddag konden we in kleine groepen de jongeren kort interviewen. Op het einde van het interview vroegen we hen naar maaktips. De eerste keer in een interview dat we bewust naar maaktips vroegen. Als insteek voor het gesprek gebruikten we maaktips die andere jonge makers ons eerder in het onderzoek gaven.

We kiezen fragmenten uit het gesprek met de jonge makers van Kaap_Knal_Interval en koppelen die telkens aan een quote uit de literatuur of uit een gesprek met een docent die we observeerden en interviewden. Acht maaktips. Acht keer luisteren en lezen.

Aksel over zoeken op de vloer
QUOTE uit een interview met theaterdocent Arnaud Deflem
‘Het werken op de vloer stimuleren doe ik absoluut. En dat is soms sleuren. Daar gaat veel energie inzitten. En tegelijkertijd is de neiging tot uitstellen absoluut herkenbaar. Vraag mij om iets te maken en ik blijf ook lang in mijn hoofd zitten. Maar ik weet uit ervaring dat eens je op de vloer gaat het beter vooruitgaat. Ik push ze dus om op de vloer te gaan én oordeel mild over hun uitstelgedrag.’
QUOTE uit Made in Eeklo en Izegem
‘Dat idee had deze groep sterk: iets maken, dat is veel praten. Dat ze via stilstaande beelden zoveel konden vertellen was voor hen een belangrijke ontdekking. Daarnaast was het voor een aantal van hen ook een eenvoudige manier om op een rij te zetten hoe ze wilden dat hun solo zou worden. Door dat via het maken van die beelden al doende uit te zoeken, op de vloer, borrelden er bij een aantal van hen veel ideeën op.’
Esra over maken zien als een onderzoek
QUOTE uit “Learning by heart” van Corita Kent and Jan Stewart
‘You have to lower your expectations, hope for the best and work and play. The dictionary definitions of work and play have much in common, as if the person defining these words could not pull them apart to be two seperate things.”

Inke over opnieuw beginnen
QUOTE uit interview met theaterdocent Antoine vander Auwera
‘Een maker wordt altijd geconfronteerd met een leeg blad, en daarbij de angst voor dat leeg blad. Doel is om te proberen te leren een structuur te maken voor uzelf. En natuurlijk help ik daarbij. Door vragen te stellen en de studenten tools te geven om verder te onderzoeken, in functie van het vermoeden dat ik heb van welke artistieke persoonlijkheid zij hebben. Je hebt een soort empathie nodig, een aanvoelen van wie de student is waarmee je werkt. En een zoektocht naar welke wereld hoort bij deze persoon en dan: hoe kan ik helpen om die persoon een plateau te geven om die wereld te tonen?’
Junior over schrijven als manier van denken
QUOTE uit ‘Steal like an artist’ van Austin Kleon
‘In the old days, a logbook was a place for sailors to keep track of how far they’d traveled, and that’s exactly what you’re doing-keeping track of how far your ship has sailed.’

Lowie over samenwerken
QUOTE uit TE GAST bij DEGASTEN
‘Haanstra (2011) benoemt de belangrijke plaats die communicatie en collaboratie innemen in authentieke kunsteducatie. Hij stelt dat in deze vorm van kunsteducatie kennis ontstaat door onderlinge vergelijking en onderhandeling, soms door elkaars voorbeeld te volgen, maar ook door confrontaties van inzichten en meningsverschillen. Haanstra benoemt de kunstleerkracht in dit proces als een belangrijke factor: de kunstleerkracht moet én de voorwaarden voor deze vorm van leren scheppen én de begeleiding hiervan vormgeven.’
QUOTE uit Dagboek van een Stuntelaar: deel 3
‘Ze reageren goed op elkaar en geven nu makkelijk ideeën voor elkaar. Dat werkt goed: ze zien het proces als een gedeeld verhaal en denken nu mee voor elkaar. De gezamenlijke improvisaties waarbij ze elkaars materiaal manipuleren, helpt om het creëren als iets collectief te zien.
Nadien ga ik daarom ook het gesprek aan over hoe ideeën kunnen ontstaan: bij jezelf, door contact met de ander, door iets te doen, door te laten gebeuren, door te freeweelen, etc. Ik hoop vooral te benadrukken dat ideeën dus niet uitsluitend in je eigen kamer of bij jezelf in je hoofd ontstaan. Niettemin hebben sommigen wel gewerkt thuis, en dat verschil was vandaag best goed te zien.’
Michelle over loslaten en filmen
QUOTE uit interview met theaterdocent Ward Rooze
‘Hoe kun je vrijheid in hun geest creëren? Dus doe je oefeningen met hen, gewoon om te testen, om te kijken: werkt dit voor je? Creëer je vrijheid? Want inspiratie is ook vrijheid. Echt geïnspireerd geraken door iets, da’s een enorm vrij gevoel. Dan borrelen dingen uit je op, waar je geen ‘moeten’ bij voelt, eerder zoiets van hooo, ik heb teveel. Dat spontaan opborrelen, om dat te bereiken, dat moet je ze leren. (…) Er moet niks moois, er ‘moet’ vooral niks. Je gaat gewoon op zoek naar: hoe krijg je het er gewoon uit? Wat zit erin? Wat zit er in je lichaam en hoe krijg je dat eruit?’

Saidah over vertrouwen in jezelf
QUOTE uit ‘On Connection’ van Kae Tempest
‘The creative compass is the instinct that drew you to your discipline in the first place, and when you are in connection with it, it will tell you everything you need to know about how you’re doing with your work. It will guide you through difficult creative decisions and will help you distinguish between a motivation act from a need for approval on one hand, and a genuine creative compulsion on the other. Sometimes, the creative compass, a wounded pride and a fragile ego feel the similar. They all want you to prove yourself. How do you know which is compelling to you? How do you ‘refind your soul’? You learn by getting it wrong. Once you’ve gone miles down the wrong path and ended up in a creative dead end, you learn something about how it feels to have got ahead of yourself. It is extremely important to learn this way. Things will go wrong. You will make mistakes. You will end up doing things that don’t feel entirely right. This is how you learn how to dig at your compulsions, and really feel where they’re coming from. It’s a process of sensory reanimation. You are learning a new sensibility. Or, maybe more aptly, remembering an old one.’

Wouter over terug naar de basics
QUOTE uit interview met theaterdocent Jorg van den Kieboom
‘Ik denk dat ik vooral probeer aan te horen, te filteren en dan terug te geven. De kunst is om door de ruis heen te horen wat ze nu eigenlijk willen. Wat is de kern? En die probeer ik dan terug te geven.’
Met dank aan alle jongeren die we tijdens het Kaap Knal_Interval! van 28 maart 2024 konden interviewen: Adriano, Aksel, Esmée, Esra, Inke, Junior, Lila, Lowie, Marie, Michelle, Noor, Pauline, Saidah, Seba, Wolf en Wouter.
En met dank aan alle deelnemende theaterhuizen: Secundair Kunstinstituut Gent, 39Graden, SAMWD Zottegem, KAAIMAN, BRONKS, fABULEUS, DEGASTEN, MOB, Larf!, Victoria Deluxe
LEES MEER
De Octaviaanse discussie
We vroegen voor een laatste experiment aan een tiental theaterdocenten en coaches van tien verschillende theaterwerkplaatsen om jongeren te begeleiden in een zelfstandig maakproces. Op 28 maart werd het werk van deze jongeren getoond op het Kaap_Knal_Interval bij Larf! in Gent. In de namiddag gingen de theatercoaches samen dwalen door de stad om expertise uit te wisselen over dit experiment. Na de dwaaltocht kwamen ze samen in Herberg Macharius om met een vijftiental andere theaterdocenten opnieuw in gesprek te gaan. Deze bezoekende theaterdocenten en -coaches uit verschillende theaterwerkplaatsen uit Vlaanderen en Nederland, kunsthumaniora en scholen uit het Deeltijds Kunstonderwijs hadden zich net als de dwalers verzameld in de herberg om dit ontmoetingsmoment mee te maken. Eerder in de namiddag waren deze bezoekers ook reeds in gesprek gegaan met elkaar. Sommigen van hen hadden al ervaring in het begeleiden van zelfstandige maakprocessen van jongeren, andere kwamen nieuwsgierig kijken, luisteren en vragen stellen.




© Joân De Bruyckere
Voor het gezamenlijke gesprek aan het einde van de namiddag hielden we een Octaviaanse discussie: een gespreksvorm waarbij iedereen uit de groep kan participeren en waarbij elke deelnemer de vrijheid heeft om te spreken of niet en dus ook gewoon kan luisteren. Een kleine dertig theaterdocenten en -coaches uit het werkveld kon elkaar op die manier ontmoeten en in gesprek gaan.
Vijf themakaarten werden gekozen als vertrekpunt. Deze kaarten waren het resultaat van de gesprekken tijdens de dwaaltocht die net achter de rug was én van de gesprekstafels die we hadden gehouden met de andere bezoekende theaterdocenten.
We hielden vijf rondes van acht minuten om over deze thema’s in gesprek te gaan. Om verder door te vragen. Om nieuwe vragen op te werpen. Om verder te dwalen. Of ergens te landen.
Aan één centrale tafel namen elke ronde vier (andere) theaterdocenten plaats. Dit waren de sprekers die graag iets wilden bijdragen over het thema dat in het midden lag. Daaromheen zaten alle andere theaterdocenten en coaches. Maar er stonden ook vier lege stoelen aan de tafel, waarop iemand uit de grote groep kon plaatsnemen om een vraag te stellen of om in te pikken op wat er net werd gezegd.
Even begon het wat aarzelend, maar algauw waren de stoelen steeds bezet en bleek acht minuten soms te kort om iedereen het woord te geven. Dus rinkelde het belletje soms ongenadig en kwam en er alweer een nieuw thema op tafel. Maar alles bleek uiteindelijk ergens toch samenhang te vertonen en niet los te zien van van elkaar. Het werd daardoor één lang en boeiend gesprek waarin vragen nieuwe vragen opwierpen, waarin tegenstrijdigheden een plaats kregen, waarin de complexiteit van dit werk aan de oppervlakte kwam én ook de hindernissen die opduiken in bepaalde contexten. Maar het ging ook over hoe we vaak hetzelfde ervaren, hoe we samen zoekend zijn om dit werk zo goed mogelijk te doen. En uiteindelijk ging het ook over de liefde, de liefde voor dit werk, voor de jongeren en voor de kunst.

Uit het gesprek selecteerden we een aantal inspirerende quotes. We kozen ervoor om ze te ordenen rond acht ‘nieuwe’ thema’s, onderwerpen die een opvallende en bijzondere aandacht kregen tijdens het gesprek. Thema’s die in ons onderzoek al vaker werden aangehaald door de docenten waarmee we spraken. Thema’s die we zelf ook onderzochten in de experimenten in onze eigen werkcontext. Thema’s om verder over na te denken omdat ze de kern raken van waar het in dit soort werk om draait.
SMAAK
Als je feedback geeft in een maakproces van een jongere, in hoeverre laat je meespelen wat je zelf interessant vindt in theater, wat je zelf goed vindt, laat je je eigen smaak dus meespelen?
Volgens mij helpt het net om hen mee te nemen in je smaak, ook zelfs veel ruimer dan enkel theater. Omdat je op die manier inkijk geeft in hoe jij het werk doet en waar jij inspiratie uit haalt. Dan kunnen ze zich daartoe verhouden, misschien vinden ze het zelf ook interessant, misschien niet. Dat kan bij aanvang, maar ook tijdens het proces, als ze bijvoorbeeld vastlopen of als je extra ‘voeding’ wil geven.
Ik vond het best wel spannend om dit soort werk te doen, want ik heb best wel een sterk oordeel en smaak en moest me vaak inhouden om daar niet te duidelijk in te sturen. Ik heb daar veel van geleerd.
Soms kan je je helemaal niet verbinden met wat de jongere wil maken omdat het bijvoorbeeld helemaal niets is waar je zelf voeling mee hebt. Soms zelfs in een soort van spanningsveld waarbij je helemaal aan de andere kant staat qua inhoud bijvoorbeeld. Je gaat dan kijken waar je vanuit je expertise wél kan helpen. Ik gebruik daarvoor de termen ‘hands on’ en ‘hands off’ . In zo’n geval waarbij je ver van de inhoud staat, is het dan voor mij op dat vlak ‘hands off’ en ik zeg dan ook expliciet dat ik daar niet echt in mee kan of iets toe kan bijdragen. Maar bij de vorm word ik dan bijvoorbeeld heel erg ‘hands on’, want dat is iets waar ik erg goed in ben, wat mijn kracht is.
Vaak worden coaches ‘gematcht’ met een jonge maker vanuit het idee dat ze affiniteit zullen hebben met elkaars werk, maar als dat niet zo is, is dit werk inderdaad best uitdagend én interessant. Want dan moet je heel goed nadenken over wat er vanuit je eigen referentiekader zinvol is om aan te reiken als je bijvoorbeeld niet heel erg thuis bent in de inhoud of de vorm waarmee de jongere bezig is. Je moet dan op zoek gaan naar ‘iets gezamenlijk’, waar kunnen we mekaar vinden en kan ik je helpen.
FEEDBACK
Je wil spelers niet onzeker maken als je feedback geeft, je gaat bijvoorbeeld niet zeggen “dit is slecht”, maar je wil ook niet te voorzichtig zijn. Een mogelijke oplossing is dan bijvoorbeeld toewerken naar actie. Je zegt ‘dit werkt nog niet’, maar ook ‘wat kunnen we eraan gaan doen’. Daardoor zorgt wat je zegt voor een soort van beweging, het zet de ander opnieuw tot actie aan.
Nieuwsgierigheid in wie de ander is en wat die doet is dan misschien een goed hulpmiddel om te weten te komen hoe je kan helpen.
Meestal lukt het me wel om tijdens zo een proces de juiste vragen te stellen, te benoemen wat ik zie, wat het met me doet en erover door te vragen. Maar er komt dan altijd een punt waarop ik denk ‘ik kan dit nu beter niet zeggen’ en ik vind dat heel moeilijk, mijn handen ervan afhouden.
Soms is het inderdaad ‘kak’ wat je ziet, want zij proberen wel iets te maken, maar hebben nog weinig expertise in maken en modderen dan soms wat aan. Ik heb voor mezelf geleerd om strategieën te ontwikkelen waarbij ik hen een richting uitstuur zonder expliciet te zeggen wat ze moeten doen of het als een richting te benoemen. Ik ga dan bijvoorbeeld heel veel vragen stellen. En ook, ik geef ik dan soms voorbeelden, maar dan niet gewoon een paar, maar bij wijze van spreken wel 100 mogelijkheden of als je wil ‘100 smaken’. En ik geef ook opdrachten zodat ze aan de slag blijven.
Ik geloof ook dat het begrenzen net veel vrijheid creëert. Door hen beperkingen op te leggen en deadlines moeten ze wel aan de slag en lukt het vaak beter.
Soms kijk ik naar echt heel slechte of slaapverwekkende dingen als jongeren bezig zijn en dan probeer ik daarin iets te ontdekken wat misschien waard is om verder te onderzoeken. Ik reageer dan eigenlijk wel een beetje als maker. Want die jongere kan bijvoorbeeld niet goed zingen of dansen, maar wat zie ik daarin wat wél interessant is om op verder te gaan.
DRAMATURGIE
Het ‘wakker maken van een dramaturgie’ vind ik ook erg belangrijk. Het gaat dan om het benoemen van de keuze die door de jongere gemaakt wordt én die bevragen: dit is wat je aan het doen bent, wat zijn daarvan de consequenties, zonder dat die dwingend hoeven te zijn, en hoe ga je dan daarin verder. Je geeft hen zo inzicht in de dramaturgie van wat ze aan het maken zijn. Ik vind dat heel interessant, ook in mijn eigen werk, omdat het soms er gewoon over gaat om te ontdekken wat ‘het werk zelf’ verlangt. Want misschien besef je daardoor plots bijvoorbeeld dat het ‘werk’ geen muziek verdraagt terwijl je je net had voorgenomen om met heel veel muziek te werken. Dramaturgische vragen stellen vind ik daarom heel belangrijk.
Ik denk dan vaak aan wat Jan Steen ooit zei: ‘Je deelt op het einde niet wat je gevonden hebt, maar wat je aan het zoeken bent.‘
TIJD
Tijdsdruk opvoeren kan helpen. Als je hen onder druk zet om iets te maken, schuif je ook die interne criticus aan de kant, die krijgt geen kans want binnen vijf minuten moet er iets geproduceerd zijn.
Tijd is een raar iets, want soms kan tijdsdruk ook heel belemmerd werken. Want ik besef soms dat er meer materiaal had kunnen ontstaan als ik hen meer tijd had kunnen geven. En dat je soms ook moet durven zeggen, ook al hebben we geen tijd, we gaan die tijd nu toch keihard nemen en we vertrouwen erop dat het goed komt. Ook al staan we bijvoorbeeld twee weken voor de opvoering. Dat vertrouwen geven om de tijd te nemen om iets ten gronde te onderzoeken, kan ook heel bevrijdend werken.
SPEL-PLEZIER
In mijn ervaring durven jongeren echt wel zwaarmoedig zijn en met zware thema’s op de proppen komen over de maatschappij, wat heel goed is, maar wat ook wel zorgt voor een ernstigheid en ‘zwaarte’. Ik probeer dan ook wel op zoek te gaan naar een soort luchtigheid en humor, zodat ze de lol van iets te maken en uitzoeken ontdekken en niet de hele tijd vastzitten in ‘het moet goed zijn’ en ‘het moet ergens over gaan’.
Hun interne criticus kan je zo even aan de kant schuiven zodat ze in het doen en uitproberen plezier hebben zonder dat ze al te veel vast zitten in ‘het moet meteen het juiste en goede zijn wat we vinden’. Het zoeken leidt vast wel tot iets, dat moeten we niet allemaal teveel al weten en vastzetten, het zal vast ergens over gaan op het eind. Het plezier van het spelen en zoeken is heel belangrijk.
Jongeren moeten soms opnieuw leren spelen, ze weten precies niet meer hoe dat moet. Ik ga dan bij wijze van spreken zelfs terug verstoppertje spelen zodat ze terug ontdekken wat spelen eigenlijk is en er terug zin in krijgen om dat te doen.
Wat ik ook wel doe is de jongeren wat proberen ‘onderuit te halen’, ze ontregelen en wat stoken, verwarring zaaien of plagen zodat er een soort van lol ontstaat en de druk wat van de ketel is en er goesting ontstaat om te spelen.
FAAL-, VAL- en VEL-PLEZIER
Ik zet ook wel in op ‘faalplezier’, zodat ze plezier krijgen in het niet slagen in iets, dat het ook plezant is als het niet lukt. De wereld gaat niet aan stukken als het niet lukt.
Het durven opzoeken van lelijkheid, het opzoeken van gelaagdheid, het vermijden van de voorzichtigheid, dat is heel interessant. Het is iets wat nodig is om ook tot plezier te komen: het durven aangaan van die vrijheid om niet goed te zijn, het niet te vinden, foute dingen te doen, …
Soms is een kutidee niet per se een kutidee en duurt het gewoon even om het potentieel ervan te ontdekken. Dan moet je soms even doorbomen en doorvragen om tot een soort essentie te komen die heel waardevol kan zijn om mee verder te gaan.
Falen vind ik een heel complex woord, want wat is falen? Waarom noemen we het falen? Misschien bestaat dat wel niet. Is er wel iets dat niet goed kan zijn? En introduceren we zo niet net terug dat iets goed en fout kan zijn.
Hoe benoem je het opzoeken van die diepere lagen? Dat is inderdaad niet ‘falen’. Voor mij gaat dat over kwetsbaarheid en ook wel lelijkheid durven opzoeken, kwetsbaar zijn.
En ook durven vallen. Vallen en opstaan. Ja… misschien wel ‘val-plezier’.
Er is naast valplezier en spelplezier, misschien ook wel het belang van ‘velplezier’: de nabijheid van de ander en het fysieke terug leren te omarmen. Durf eens terug in mekaars zone te komen, mekaar aan te raken.
Ik investeer heel veel in het begin van een proces, ik installeer veel rond spelplezier en vertrouwen en neem dan gaandeweg meer afstand.
Bij mij is het net andersom, ik ga meer van buiten naar binnen. Ik vertrek meer vanop afstand en kom dan steeds dichterbij.
VOORZICHTIGHEID?
Ik zie hier staan ‘vermijd voorzichtigheid in feedback’. Dat vind ik wel interessant omdat ik net heb geëxperimenteerd met eens geen negatieve feedback meer te geven, dus alleen benoemen wat je goed vindt werken en aan hen vragen wat ze zelf willen veranderen en hoe ze dat gaan proberen. En ook daarin ging ik dan geen oordeel vellen, ik vond dat dan prima. Dat is voor mij net wél zeer voorzichtig zijn met feedback.
Ik ben zelf ook heel geneigd om voorzichtig te zijn, maar soms vind ik dat mensen té voorzichtig zijn. Als je iets ziet dat je écht niet goed vindt, moet je dat misschien wel meteen durven zeggen.
Ik vind dat je helemaal jezelf moet kunnen zijn. Dat er niet van je gevraagd mag worden waarop je allemaal ‘moet’ letten en waarmee je rekening moet houden. Ik vind dat vervelend, dat ‘moeten oppassen’. Ik zie mezelf als iemand die op dezelfde lijn staat als hen. Dat ‘niet voorzichtig zijn’, als dat in je aard ligt, dat moet je dan misschien niet proberen verstoppen. Als het er dan ‘over is’, dan leren we daar samen wel mee omgaan, als mensen onder elkaar.
Ik denk dat hoe meer jongeren eigenaar zijn over hun proces en over wat ze aan het maken zijn, hoe eerlijker je kan zijn in je feedback. Als ze zelf echt kunnen ervaren dat ze verantwoordelijk zijn voor hun werk en over elke fase daarin, dan kan je als begeleider ook eerlijk en transparant zijn in wat je hen wil meegeven. Maar je moet het wel duidelijk installeren dat zij weten dat ze zelf de verantwoordelijkheid krijgen over hun werk(proces).
LIEFDE
Als er liefde is en vertrouwen kan je eigenlijk wel perfect ook even meteen zeggen dat iets niet goed ik. Als jongeren doorhebben doordat je dat vertrouwen hebt opgebouwd en ze weten dat je het met liefde zegt, dan kan je zowel zeggen dat je iets heel goed vond als dat je aan iets echt niets vond. Ik houd me dan niet in en flap het eruit. Ze hebben dan wel door dat dit niets over hén zegt, want dat je het in beide gevallen met veel liefde zegt over wat ze aan het proberen zijn.
Het lijkt me inderdaad ook essentieel dat je je eigen temperament kan behouden in dit soort processen zodat er een soort van intimiteit en vertrouwen ontstaat.
Het heeft te maken met de liefde waarmee je kijkt. Ik word ook altijd als het ware verliefd op al die jongeren tijdens zo’n proces.
Jongeren willen zoals iedereen graag gezien worden en dat doe ik dus. Ik probeer jongeren echt ‘te zien’ en hen het gevoel te geven dat ik iets ‘in hen zie’. Ik probeer te zien wat zij goed kunnen en waar ze sterk in zijn. Wie ben jij en wat wil jij? Met veel liefde naar hen kijken, dat is voor mij essentieel.
Ook de stem van de jongeren die deelnamen aan dit experiment kan je horen in onze rubriek Aan het woord. ’s Avonds toonden deze jongeren hun werk op het Kaap_Knal_Interval! bij Larf!

Met dank aan alle deelnemende theaterdocenten en -coaches tijdens dit ontmoetingsmoment en in het bijzonder de theaterdocenten die de jongeren begeleidden voor het Kaap_Knal_Interval van 28 maart 2024:
Janni Van Goor (Secundair Kunstinstituut Gent), Jorg Van den Kieboom (39Graden), Jarne van Loon (SAMWD Zottegem), Mathias Van der Goten (KAAIMAN), Anima Oscar Cassamajor (BRONKS), Dirk De Lathauwer (fABULEUS), Adanma Okoro (DEGASTEN), Simon De Vos (MOB), Johannes Lievens (Larf!), Mira Bryssinck en Barbara Claes (Victoria Deluxe).

LEES MEER
Boutaina en Douae aan het woord
Hoe kijken jongeren terug op de ervaring van een maakproces, eens ze terug met hun voeten op de veilige oever staan? Wat heeft hen geholpen? Wat vonden ze moeilijk?
We kiezen fragmenten uit het gesprek met de jonge maker en koppelen dat telkens aan een quote uit de literatuur of uit een gesprek met een docent die we observeerden en interviewden. Negen keer luisteren en lezen.
Ik spreek met Boutaina en Douae. Ze waren 16 en 17 jaar jaar toen ze voor het eerste deelnamen aan open lessen bij theaterwerkplaats DEGASTEN in Amsterdam. Tijdens een maakweekend van DEGASTEN volgden we twee dagen lang alle workshops en toonmomenten. Ook Boutainha en Douae zijn daarbij.
.

Ik spreek met Boutaina en Douae na het bijgewoonde maakweekend, bij een wekelijkse les op maandagavond in één van de studio’s van DEGASTEN in Amsterdam West. Sem Jonkers is hun docent op die avonden. Ze vertellen me over de bijzondere plek die DEGASTEN voor hen is, over hoe het was om er in het begin te ontdekken wat theater is, over wat het nu voor hen betekent in hun leven. Over waarom ze zich er niet alleen goed voelen, maar ook de kans krijgen om eigen werk te creëren en hoe dat misschien ook wel gelinkt is aan elkaar.
Boutaina en Douae over eigenaarschap
QUOTE uit een interview met theaterdocent Jelle de Grauwe:
“Als ze hun voorstelling spelen, voel ik dat die jongeren daar samen staan. Ze zijn samen in dat thema, in die inhoud gedoken en hebben dat materiaal doorwrocht samen, ze hebben daarop gekauwd en herkauwd en ze zeggen: ‘Dit is wat wij daarover te vertellen hebben”
Boutaina en Douae over veiligheid en vrijheid
QUOTE uit een het schrijfsel Te Gast bij DEGASTEN:
“Voor ze tonen zegt een docent: Het onderzoek hoeft niet af te zijn. Je toont wat er nu is.
Een andere docent zegt voor ze tonen: Ik hoef nog geen koppen en staarten te hebben, mag los materiaal zijn.”
Na een toonmoment zegt een docent één zin: Onthoud wat je gemaakt hebt, heel bijzonder wat ik gezien heb.”
Boutaina en Douae over collectiviteit in maakprocessen
QUOTE uit een interview met theaterdocent Georgina del Carmen Teunissen:
“Er is soms de neiging om te denken over de kunstenaar als iemand die een eenzaat is die vanuit een grote concurrentiestrijd moet denken in een productiemaatschappij. Daar verzet ik me hevig tegen, door het leerproces ook te zien als een gemeenschapsvorming van medemakers: het opbouwen van een artistieke omgeving waarin je je niet alleen hoeft te voelen, waarin je je veilig kan voelen en minder gericht is op het product. Wat ik doe is dus ook een maatschappijkritische manier van werken: we gaan het anders doen, een meer collectiever proces, dat betekent niet dat je altijd in groep moet zijn, je hebt natuurlijk een eigenheid, maar je bent gedragen door de groep die ook artistieke processen doormaakt.”
Boutaina en Douae over feedback
QUOTE uit het schrijfsel Overdreven/Overdrijven.
‘In de lessen waarin de jongeren korte fragmenten maakten vanuit de eerder gesloten opdrachten die ik aanbood, koos ik ervoor om geen feedback te geven. Ik was nieuwsgierig wat dit zou opleveren. Ze presenteerden dus het ene fragment na het andere en ik zei niets tussendoor, bedankte ze en meteen kwam het volgende groepje aan de beurt. Ik moest hieraan wennen. Had het gevoel dat ik tekortschoot als docent. Van hen kreeg ik dat signaal niet, dat gevoel had ik zelf. Als ze iets getoond hadden, vroeg ik of er ideeën waren om iets nieuws te maken. En die waren er meestal. Ik hoefde niet zoveel te doen: alleen maar her en der geruststellen: ‘Werk maar uit, we zien wel wat bruikbaar is.’’
QUOTE uit een interview met Lisi Estaras:
“Showing optimism about the plan is a good idea. A good atmosphere is important, the good vibe! You can only put people in a kind of tension very far in a process. When you already know the person very well and you know how you can provoke something.”
Boutaina en Douae over fysieke opdrachten
QUOTE uit een interview met Ward Rooze:
“Voor je begint met woorden en met teksten, was het voor mij wel altijd belangrijk om via het lichaam een toegang te zoeken naar de fantasie van iemand. Dat is heel interessant om mee te experimenteren, of je als denkend wezen aanvaard dat je lichaam een eigen verhaal heeft. Het is die herinnering van het lichaam die je terug moet zoeken, iets wat je als kind van nature hebt, maar wat je blijkbaar al snel verliest. Aan 12, 13, 14 jaar verlies je dit en als je ouder wordt, wordt het alsmaar moeilijker en moeilijker. Ik denk dat dit één van de aspecten is, niet alleen als kunstenaar, maar als mens, om terug te kunnen gaan naar de bron van wat dat lichaam allemaal kan en wat het allemaal doet. Je ervaart op die manier vrijheid, namelijk dat je geest niet langer je lichaam belemmert. En dat als acteur levert je winst op: je kunt makkelijker werken, want het is vaak de geest die een hele hoop hindernissen oplegt en heel veel dingen verhindert.”
Boutaina en Douae over diversiteit en gelijkheid
QUOTE uit een interview met Nilay Ceber:
“Het is een heel groot voordeel om heel diverse spelers in je groep te hebben, ook omdat ze heel veel van elkaar kunnen leren en ze hebben één ding gemeenschappelijk: dat ze samen hier willen zijn”
QUOTE uit een interview met Lisi Estaras:
“That’s why it is also so interesting to work with these diverse groups because everybody in the group is very different and so it opens a lot of creative modes of doing things.”
Boutaina en Douae over gradueel opbouwen tijdens een proces
QUOTE uit: “Making Change. Teaching Artists and their role in Shaping a better world.” van Eric Booth:
“Teaching Artists ‘scaffold’ their activities in the same way. They break them into steps, each of wich is fun and interesting and provides a sense of completion – with its bounce of increased interest to take the next step. (…) How each step set them up for a related but different challenge in the next step, and built enough confidence to dig into a playful compositional challenge they would never have thought possible.”
Boutaina en Douae over niet piekeren maar doen
QUOTE uit een interview met Sem Jonkers:
“Ik ben een prater, ik hou van praten maar in een repetitieruimte probeer ik zoveel mogelijk te doen want de waarheid ligt op de vloer en niet in ons hoofd.”
Boutaina en Douae over persoonlijke expressie
QUOTE uit een interview met Ward Rooze:
“Dus weer: hoe kun je vrijheid in hun geest creëren? Dus doe je oefeningen met hen, gewoon om te testen, om te kijken: werkt dit voor je? Creëer je vrijheid? Want inspiratie is ook vrijheid. Echt geïnspireerd geraken door iets, da’s een enorm vrij gevoel. Dan borrelen dingen uit je op, waar je geen ‘moeten’ bij voelt, eerder zoiets van hooo, ik heb teveel. Dat spontaan opborrelen, om dat te bereiken, dat moet je ze leren ”
LEES MEER
Feedback en eigenaarschap
We vroegen voor een laatste experiment aan een tiental theaterdocenten en coaches van tien verschillende theaterwerkplaatsen om jongeren te begeleiden in een zelfstandig maakproces. Op 28 maart werd het werk van deze jongeren getoond op het Kaap_Knal_Interval bij Larf! in Gent. In de namiddag namen de jongeren cue’s door in de theaterzaal en ’s avonds presenteerden ze voor elkaar en voor een warm publiek. In de namiddag konden we in kleine groepen de jongeren kort interviewen. We startten elk gesprek vanuit twee thema’s: eigenaarschap en feedback. Kaarten met daarop uitspraken van andere jonge makers die we eerder in het onderzoek interviewden, lagen in het midden als teaser voor het gesprek.


Wat hielp hen in het maakproces? Wat voor feedback vinden deze jonge makers zinvol? Wanneer ervaren ze eigenaarschap? En vinden ze dat belangrijk?
Na afloop van de gesprekken selecteerden we een aantal uitspraken van de jonge makers rond feedback en eigenaarschap. Uitspraken die we prikkelend vonden, goed verwoord. We lieten deze uitspraken horen aan Ona-Lisa Van Haver, studente illustratie aan KASK & Conservatorium, de school of arts van HOGENT en Howest. Zij tekende bij enkele uitspraken wat ze voor zich zag.
Feedback
Marie over feedback als mogelijkheid om iets mee te doen
Wouter over duidelijkheid
Esra over bevestiging vragen
Saidah over meedenken en feedback op de tekst
Junior over rekening houden met de maker
Michelle over het zoeken naar betekenis
Eigenaarschap
Aksel over inspiratie
Esra over collectiviteit
Seba over zoeken naar eigenheid
Saidah over creëren met weinig richtlijnen
Met dank aan alle jongeren die we tijdens het Kaap Knal_Interval! van 28 maart 2024 konden interviewen: Adriano, Aksel, Esmée, Esra, Inke, Junior, Lila, Lowie, Marie, Michelle, Noor, Pauline, Saidah, Seba, Wolf en Wouter.
En met dank aan alle deelnemende theaterhuizen: Secundair Kunstinstituut Gent, 39Graden, SAMWD Zottegem, KAAIMAN, BRONKS, fABULEUS, DEGASTEN, MOB, Larf!, Victoria Deluxe
LEES MEER
Binnen- en Buitenblikken
Dit schrijfsel is er één om naar te luisteren.
Actrice, theatermaker en theaterdocent Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast over ons experiment in het Deeltijds Kunstonderwijs De volledige lijn. Annelies nam zelf ook deel aan het experiment en had op die manier een unieke blik van binnenuit.
Welke vragen blijven hangen na dit experiment? En hoe kijken anderen daarnaar van buitenaf?
Met de medewerking van klinisch psycholoog Sarah Bal, theatermaker Dirk Pauwels, danser en performance docent Shila Anaraki en student drama KASK Tist De Maeyer.

Nogmaals bijzondere dank aan alle deelnemende theaterdocenten van het experiment ‘De volledige lijn’ en hun academies:
Tom Van der Velde en Sofie Van Maele (Academie De Kunstbrug Gent), Annelies De Nil en Barbara Demeyere (Kunstacademie Zwevegem), Manon De Baecke, Monique Janssen en Flo Callens (Kunstacademie Eeklo), Anthony Notebaert en Benjamin Sercu (Art’Iz Izegem).








