Op het moment dat we beseffen dat we verloren zijn gelopen, weten we dat we aan het dwalen waren. Dat we de richting kwijt zijn en we proberen de juiste weg terug te vinden. Maar wat als je bewust beslist om af te dwalen, je gedachten vrij de loop laat zonder duidelijk doel? Wat kunnen we ontdekken als we onze doelgerichtheid even loslaten en onszelf toelaten om het spoor nog even bijster te zijn … Waar komen we dan terecht? Wat zien we dan? Wat horen we dan? Wat ontdekken we dan?
Voor deze ontvoering ontwierpen we samen met beeldend kunstenaar Els Cornelis* eendwaaltocht en we ontvoerden negen theaterdocenten in één keer. We nodigden de theaterdocenten en artistieke coaches die deelnamen aan ons experiment voor het Kaap_Knal_Interval uit om samen bewust te dwalen door de stad én in gedachten.
Het dwaaltochtconcept van Els ontdekten we zelf ook al dwalend, doorklikkend op links in de website Makersmanieren. Els ontwierp in 2021 voor het festival Ode aan de Maker een dwaaltocht. Ze inspireerde zich daarvoor op ‘la dérive’ van de Situationisten. Deze internationale kunstzinnig-politieke beweging experimenteerde tussen 1957 en 1972 met andere bestaans- en samenlevingsvormen, en richtte zich op het doorbreken van patronen. Disruptie, chaos en ruimte voor onvoorspelbaarheid waren voor hen hierbij essentiële aspecten. Door het doelloos dwalen ontstond er ruimte voor het opnieuw ervaren van de omgeving. Els koppelde dit fysieke dwalen aan een dwalen in gedachten, gevoed door impulskaarten en vragen van de mede-dwaler waardoor je op een andere manier toegang krijgt tot je eigen denkbeelden en (soms onbewuste) expertise.
En dus werden op donderdagnamiddag 28 maart tijdens het Kaap_Knal_Interval de groep deelnemende theaterdocenten na een korte introductie over de dwaaltocht per twee of drie op pad gestuurd om samen te dwalen in de Gentse binnenstad en in gesprek te gaan met elkaar.
Ze kenden elkaar nog niet en maakten op die manier kennis met elkaars praktijk en expertise. Jarne en Mathias omschreven het achteraf ook als een soort blind date, een manier om elkaar meteen op een bijzondere manier te leren kennen.
Het looppatroon werd gekoppeld aan een gesprekspatroon, zodat er niet enkel gedwaald werd in de stad, maar ook in het gesprek of de gedachten. De instructies voor de dwaaltocht werden via de smartphone met de dwalers gedeeld. De dwalende gesprekspartners kregen zo ook vier dwaalspoorkaarten te zien ter inspiratie. Vier thema’s met citaten uit de diepte-interviews die we tijdens het onderzoek voerden met theaterdocenten en jongeren en waarmee we de coaches nog wilden confronteren. Over elk van de thema’s lieten ze om beurt hun gedachten dwalen.
Onderweg werd de wandelaars ook gevraagd om via WhatsApp korte impressies van de dwaalgesprekken door te sturen, foto’s met een eigen quote erbij.
richting geven zonder dwingend te zijnsmaak: alles opnemen als een sponsjeles gouts et les couleurs ne se discutent passoms is een kutidee geen kutideetijdsdruk ervarenloswrikken zodat er vrijheid ontstaatveel instructiesEnkele foto’s met quote uit de WhatsAppberichten van de dwalers.
De dwaaltocht eindigde in … een herberg, zoals het hoort. Herberg Macharius bood de wandelaars niet alleen een tas verse koffie, fruit en cake, maar het werd ook de plek om samen verder in dialoog te gaan. Een laatste dwaalspoorkaart nodigde de dwalers uit om een eigen thema, citaat of vraag te noteren.
Aan de hand van deze thema’s gingen zij opnieuw in gesprek met een 15-tal andere theaterdocenten die zich inschreven voor het Kaap_Knal_Interval. Meer over dit ontmoetingsmoment kan je lezen in onze rubriek Schrijfsels.
Het was fijn zo samen dwalen in de straatjes van verhalen
In ’t portret waar we in zijn neergezet sluipen we uit haar kader om de muziek haar hartslag nader te componeren tot ons eigenste gebod wie zonder antwoord zoekt die vindt het geheim wat ons verbindt of we nu zo of zo of zo a capella stil solo naar ver geluid is het een wapenfeit leerling blijven we altijd
Barbara Claes, slotbericht in de Whatsappgroep van de dwaaltocht.
. docent aan de School of Fine Art; Master of Art Education, HKU. . onderzoeker, Lectoraat Research in Creative Practices, HKU . mede-oprichter Werkgroep Roadmap to Equality in the Arts (NL) . onderzoeker Future of the Art School\ Pluriversity; Powertools t.b.v. bewerkstelligen van meer inclusiviteit, Werkgroep\ ArtEZ
Ik ontvoer Tanya Hermsen naar de Kunsthumaniora van Hasselt. We gaan kijken naar solo’s die de zesdejaars zelf maakten. Een project waar ze het hele jaar aan werken en waarin ze coaching krijgen van de theaterdocenten van de Kunsthumaniora. Het doel is eigen werk afleveren in de vorm van een solo van een twintigtal minuten: de ‘Solo XL’. Tanya en ik gaan niet alleen kijken, we jureren ook drie solo’s. We kijken én beoordelen dus. Ik gebruik hier bewust het woord ‘beoordelen’ in plaats van evalueren. De solo is geen deel van een verderlopend traject waarbij wat de jury aandraagt, zou kunnen gebruikt worden om materiaal verder te ontwikkelen. Tijdens het schooljaar zijn er al verschillende binnenschoolse jury’s en mentorgesprekken geweest. Tanya en ik kijken vandaag naar het eindpunt en vormen de buitenschoolse eindjury.
Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.
Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?
De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.
Aan de Kunstacademie Eeklo experimenteerden Flo Callens, Manon De Baecke en Monique Janssen. Aan Art ‘Iz Izegem, experimenteerden Anthony Notebaert en Benjamin Sercu. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.
Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Eeklo en Izegem dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.
Manon werkte met een groep 14- 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Haar opdracht:
Maak een korte solo waarin je een gesprek met jezelf voert over waar je nu staat in het creatieproces van de solo. Bedenk een vorm waarmee je duidelijk kan maken dat je twee personages speelt, twee versies van jezelf.
‘Ik merkte in het begin van het creatieproces veel twijfel en schroom bij mijn groep. Zelf iets maken, gaat dat wel lukken? En dan nog alleen? In deze opdracht heb ik die twijfel tot inhoud gemaakt. Het was mooi om te zien hoe dat werkte voor hen. Twijfel werd door deze opdracht niet meer iets wat ze weg moesten steken maar iets wat mag bestaan. Ze gingen echt een drempel over: Je mag het niet weten, je kan het zelfs gebruiken als motor in een creatieproces. Sommigen wilden materiaal hieruit ook gebruiken in hun solo. Daar was ik achteraf niet altijd even gelukkig mee want het betekende dat de inhoud van sommige solo’s heel dicht bij henzelf bleef en ik vond dat niet altijd de meest interessante keuze. Hoe het liep vond ik wel mooi: hoe een opdracht die bedoeld om inzicht te krijgen in hoe een maakproces kan werken, voor sommigen ook echt bruikbaar materiaal oplevert voor hun solo.’
Monique werkte met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO.
‘Ik kan geen opdracht noemen omdat ik geen enkele opdracht echt goed gelukt vind. Ik ben daar eerlijk over. Het was ook echt een moeizaam proces, dus er is niet één opdracht waarvan ik nu denk: die ga ik onthouden, want die wil ik nog eens terugdoen. De groep waarmee ik werkte, was een groep waarvan ik al wist: oké, dat wordt spannend, want de groepsdynamiek is niet wat het zou moeten zijn. En dat bleek ook. Wat ik ook aanbood, er was veel gesputter en ‘gezaag’. Hooguit kwam ik tot een moment waarop de energie wél even goed zat, ze samen aan iets werkten, ze even in een flow geraakten. Maar dat stond nog ver van een zelfstandig creatieproces. Ik zal hier ongetwijfeld ook mijn aandeel in hebben maar het zegt ook zeker iets over de moeilijkheid om dit soort processen aan te gaan met een groep waarin de dynamiek niet goed zit.’
Ook Flo werkte met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO.
De opdracht van Flo:
Toon in vijf foto’s op de vloer je solo. Zorg dat in de foto’s het verloop van je solo te zien is.
‘Deze opdracht was een kantelpunt in het proces: ze kregen er nieuwe ideeën door en het haalde ze weg van het praten. Dat idee had deze groep sterk: iets maken, dat is veel praten. Dat ze via stilstaande beelden zoveel konden vertellen was voor hen een belangrijke ontdekking. Daarnaast was het voor een aantal van hen ook een eenvoudige manier om op een rij te zetten hoe ze wilden dat hun solo zou worden. Door dat via het maken van die beelden al doende uit te zoeken, op de vloer, borrelden er bij een aantal van hen veel ideeën op.’
Nog een schrijfopdracht van Flo:
Neem een boek uit de kast hier in het lokaal. Blader er doorheen en zoek een zin die jouw personage zou kunnen zeggen. Schrijf een korte monoloog waar deze zin in voorkomt.
‘Dit was een eenvoudige, laagdrempelige manier om eigen tekstmateriaal aan te maken. Het leverde bruikbaar tekstmateriaal op.’
Anthony werkte met een groep 16- 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Ga in een kring staan. Zeg een thema, maakt niet uit wat, het eerste wat in je opkomt. De speler naast je associeert hierop, zegt een ander thema dus. De speler daarnaast zegt weer een ander thema en zo de kring verschillende keren rond. Kies uit alle genoemde thema’s dat thema wat jij het interessantst vindt.
‘Het was lastig voor hen om in het begin een thema te kiezen voor hun solo. Ze hadden allemaal wel iets maar waren er niet echt tevreden over. Het doorpraten met hen hierover bleek niet de beste weg. Een aantal van deze ‘associeerrondes’ werkte wel, ik liet ze ook stevig door associëren. Op deze manier vonden ze allemaal een thema waar ze wel mee aan de slag wilden.‘
Anthony vertelde nog een opdracht:
Zoek een handeling die je kan doen in je solo. Gebruik er geen tekst bij. Beeld niet letterlijk uit wat er aan de hand is maar laat de handeling het suggereren.
‘Al werkend bleek dat ze het moeilijk vonden om hun solo theatraal interessant te maken. Deze opdracht hielp daarbij. Eén meisje bijvoorbeeld maakte een solo over aangeraakt worden als je het niet wil en zij koos dan een cupcake om haar lichaam voor te stellen, begon met zachtjes te duwen tegen die cupcake en uiteindelijk vermorzelde ze heel de cupcake. Bleek dat als ze één zo’n voorbeeld zagen, ze vertrokken waren en er ook ideeën kwamen voor hun eigen solo. Ik liet ze hun idee voor een handeling aan elkaar presenteren en samen zochten we dan naar een manier om wat ze kozen zo sterk mogelijk te maken.’
Benjamin werkte met een groep 15- 16-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Verzin een vraag die binnen het thema past. Maak een verhaal dat een antwoord geeft op deze vraag.
‘Ze kozen uiteindelijk voor de vraag: ‘Waarom is de lucht blauw?’ Daarna heb ik ze zelf het verhaal laten verzinnen dat hier een antwoord op zou kunnen geven. Ik heb me daarbij echt bewust afzijdig gehouden en ze dat ook gezegd. Ik vond dat ze dat ongelooflijk goed deden en het verhaal dat hier uitkwam was echt van hen.’
Ook Benjamin vertelde nog een opdracht:
Verzin een soort blauw dat niet bestaat en geef het een naam. Verkoop het.
‘Van alle thema’s die ze konden kiezen, kozen ze vrij unaniem een eerder abstract thema: blauw. Dat vond ik interessant en met korte opdrachten zoals deze wilde ik hen prikkelen om weg te blijven van het eerste het beste waar ze aan denken bij dat thema. De tekstjes die uit deze opdracht kwamen waren eerder poëtisch en er zaten leuke ideeën in om verder mee te werken.’
Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.
Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.
Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?
De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.
In Gent aan Academie De Kunstbrug experimenteerden Tom Van der Velde en Sofie Van Maele. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.
Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Gent dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.
Tom werkte met een groep 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Experimenteer hoe je de inhoud van jullie handtas kan uitstallen in een kader op de grond. Experimenteer met tempo, met de manier waarop je een voorwerp neerlegt, met waar je het neerlegt. Zoek uit hoe je hierin kan variëren en hoe je hier zorgvuldig in kan zijn.
‘Ik gaf deze opdracht aan een groepje dat al snel een verhaal had uitgeschreven bij hun handtas. Dat narratieve lukte bij hen zeer snel maar de stap zetten naar het in beeld brengen niet. Ik kies er dan soms voor om hen een vorm aan te reiken. Na het experimenteren ging de opdracht verder:
Breng nu de tekst terwijl je de voorwerpen uitstalt. Wat leg je op welk moment neer in het kader en hoe? Hoe kan je op die manier ‘lading’ geven, betekenis genereren?
‘Ik geef ze zeer gerichte instructies over het uitwerken in vorm om ze zo te prikkelen in het denken over en experimenteren met vorm. Mijn sturing ging daarna nog verder:
Film nu het kader van bovenaf en speel het opnieuw. Voeg ook muziek toe. We zien op de opname dus alleen het kader en jullie handen die voorwerpen in het kader leggen. We horen de muziek en jullie die het verhaal vertellen.
‘Ik liet ze dit helemaal afwerken. Ik doe dit soort zeer gerichte maakopdrachten om ze te tonen wat mogelijk zou kunnen zijn in vorm. Ik wil ze een soort ‘supermarkt’ geven: kies wat je uiteindelijk wil gebruiken of ontwikkel na deze ervaring iets totaal nieuws. Later zijn ze daar ook inderdaad zelf hun weg mee gegaan.’
Sofie werkte met een een groep 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met het DKO. Haar opdracht:
Maak per twee een scène waarin één van de twee personages een bekentenis doet.
‘De personages die ze wilden gebruiken in dit project hadden ze al voor ik deze opdracht gaf. Door deze opdracht kregen ze veel extra ideeën voor de personages, het zette hun verbeelding echt in gang.’
Nog een opdracht van Sofie:
Schrijf een flyer voor jullie toonmoment.
‘Deze opdracht heb ik gegeven toen ze al een eind waren in het proces. Er stonden al verschillende fragmenten op poten. Een aantal inhoudelijke knopen moesten nog worden doorgehakt. Wat ze eigenlijk wilden vertellen bijvoorbeeld. Het gesprek hierover kwam eigenlijk vanzelf op gang tussen hen bij het schrijven van die flyer en het werd ook heel concreet: die scène willen we houden, die scène niet. Ze konden van daaruit echt keuzes beginnen maken naar het eindresultaat toe. Dat was een belangrijke stap.’
Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.
Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.
Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?
De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.
In de Kunstacademie Zwevegem experimenteerden Annelies De Nil en Barbara Demeyere. Jarne Van Loon deed dat in de Stedelijke academie voor muziek, woord en dans van Zottegem. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.
Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Zwevegem en Zottegem dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.
Jarne werkte met een groep 15-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:
Maak in tien minuten drie mogelijke beginscènes. Maak de beginscènes zo verschillend mogelijk.
‘We hebben een lange periode zitten nadenken en brainstormen aan tafel en na een tijd voelde ik dat ik op zoek moest gaan naar hoe ik die jongeren op de vloer kon krijgen. Ik wou ook dat ze meteen met verschillende mogelijke vormen zouden gaan experimenteren. Hebben jullie al een beginscène zonder tekst? Prima, en maak er nu ook één met heel veel tekst. En ik merkte dat de tijdslimiet in die opdracht hen sterk hielp om wél op de vloer te geraken. Nog maar één beginscène? Jullie hebben dan nog maar vijf minuten voor de twee andere beginscènes. Ze voelden zo ook dat het best mogelijk is om op zo’n korte tijd al iets op de vloer te brengen. Dat is bepalend geweest voor de rest van het proces.’
Annelies en Barbara werkten met een groep 12- tot 14-jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Hun opdracht:
Ga kijken naar de presentatie van een andere groep hier op de academie. ‘Pik’ iets uit deze presentatie en gebruik het in wat jullie zelf aan het maken zijn.
‘Dit heeft een enorme boost gegeven aan hun werkproces. Vaak namen ze dingen over op gebied van vorm en herwerkten ze dat zodat het eigen werd en iets toevoegde aan wat ze aan het maken waren. Doordat ze dat deden, werd wat ze aan het maken waren theatraal meteen interessanter. Dat willen we volgend jaar nog meer ruimte geven in de maakopdracht.’
Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil werkt op dit moment aan een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht. De podcast verschijnt binnenkort op de blog.
We observed several hours in various workplaces to understand how art teachers assist young individuals in creating their own works of art. Based on our observation reports, we distilled a set of actions performed by the instructors. Each action was documented on a card and organized under eight themes.
We present these cards to some of the teachers and artists we observe, engaging in conversations with them to understand their values and motivations. We seek to uncover why they engage in specific actions. Why are they doing what they are doing? For each theme we spotlight one answer to offer insights into the practices of artist-teachers.
Ik vraag Lindah Leah Nyirenda of ik haar mag ontvoeren en ze zegt ja. Ik neem haar mee naar ‘Café Clair’ van Jong Gewei in Gent. Lindah Leah verdiende haar strepen als slampoëet, werkt bij de Kopergietery als coördinator van de theaterateliers met kinderen en jongeren en ze geeft les aan LUCA School of Arts. Heel fijn dat ze zich zo gewillig laat meenemen.
Jong Gewei laat jongeren die al langer binnen hun werking actief zijn vanaf 2023 eigen werk maken onder de noemer ‘Stafeta’. De jongeren die deze avond presenteren, toonden al eerder hun work in progress in oktober in ‘Café Obscur’. Nu tonen ze dit werk opnieuw, een stap verder in het proces, in ‘Café Clair’.
We zien deze avond vier presentaties die uiteenlopend zijn in vorm en in graad van afwerking. Eerst zien we ‘Koor Unie’: een theatraal koor met veel volk op de kleine scène van ‘Op de wolken’ in Gent. Een koor dat de grenzen opzoekt van wat je met een koor kan doen. Dan horen we een experiment met muziek, klank en zang. Horen want het is bedoeld om naar te luisteren, we luisteren samen naar een geluidsband, al dan niet met ogen dicht. Na een pauze zien we een dansperformance, geïnspireerd op een heksendans en als laatste zien we een presentatie waarin een man verliefd is op Scarlett, een rode telefoon.
De verliefde man wordt gespeeld door Aleks Nasipyan. Ik gaf ooit toneel aan hem op de kunsthumaniora. Dankzij hem zijn we hier, hij nodigde me uit voor deze avond. Twee maanden eerder was er ook al een avond als deze: ‘Café Obscur’. Op de website van Jong Gewei zegt Aleks hierover:
‘Café Obscur is voor mij een handige motivatie om op korte termijn naar iets toe te werken, iets te delen, wat niet per se af moet zijn, maar wel helpt om sneller stappen te zetten. Dat verhoogt gewoon je productiviteit. Ik vond het heel fijn om te delen.’
Het tonen, niet om een afgewerkt iets met een publiek te delen, maar om stappen te kunnen zetten en een moment te hebben om af te toetsen bij een publiek, is een mooie insteek. Ook nu in ‘Café Clair’ is die insteek nog voelbaar: niet het afgewerkt product staat voorop, wél de zoektocht.
De afgelegde weg is al lang. Aleks vertelt me hier na afloop meer over:
‘Voor mij was het een zoektocht van ‘huis- tuin- en keukenliefdesscènes’ naar liefdesscènes die theatraal interessanter zijn. Zo kwam ik uiteindelijk uit op een man met een grote liefde voor een telefoon. En ik heb ontdekt hoeveel er te regelen is om het repeteren heen: kostuum, decor, teksten schrijven, filmpje maken en afwerken.’
En met een glimlach voegt hij eraan toe:
‘Iets maken is voor mij als het vormgeven van lucht. Je werkt in het ijle en hebt voortdurend het gevoel dat dingen je ontglippen.’
Om te durven beginnen aan het ‘vormgeven van lucht’ is er moed nodig en een fundament van vertrouwen in eigen mogelijkheden. Lindah Leah vertelt dat ze bij studenten aan de hogeschool merkt wie dat in het middelbaar al meekreeg en wie niet. Die jongeren die in het middelbaar weinig autonomie en weinig vertrouwen hebben gekregen maar sterk aan de hand gehouden werden, blijven in creatieopdrachten vaker steken in het conceptuele. Voor hen is het moeilijker om zelfstandig de stap te zetten naar het daadwerkelijk uitvoeren van een plan. Lindah Leah ziet dat ze zich afhankelijk opstellen, ze wachten op toestemming om iets te mogen doen en ze willen goedkeuring over wat ze tonen. Dat houdt ze tegen in het onderzoeken.
Verschillende theaterdocenten getuigden in ons onderzoek over het grote belang van vertrouwen tonen om jongeren uit te dagen tot het creëren van eigen werk. Een oordeelvrije ruimte creëren waar ‘goed of fout’ plaats kan maken voor experiment. Theaterdocent Jeroen Op De Beeck getuigt hier sterk over in een interview. Hoe hij tijd neemt om vertrouwen te installeren omdat hij weet dat dat een belangrijke voorwaarde is om eigen werk te kunnen creëren. Theaterdocent Nilay Ceber formuleert het anders in een interview. Zij spreekt over het ‘aanwakkeren van een kunstenaarshouding’. Ze wil dat jongeren een eigen, vrije interpretatie geven van de opdracht die ze geeft. Ze moeten doen wat ze denken dat de opdracht is, ze moeten zelf op zoek gaan.
In de bedrijfswereld, onderwijs en sport wordt er in het denken over intrinsieke motivatie vaak gerefereerd naar de ‘zelfdeterminatietheorie’. Een theorie die is ontwikkeld door de Amerikaanse psychologen Deci en Ryan. De theorie richt zich op de motivatie achter menselijk gedrag. Welke voorwaarden moeten er voldaan zijn zodat iemand bevlogen kan werken en met de wil om zelf keuzes te maken? Deci en Ryan stellen dat er drie basisbehoeften zijn die de motivatie van individuen sturen: autonomie, competentie en verbondenheid.
Autonomie: Het verlangen in ieder mens om zelf keuzes te maken en controle te hebben. Competentie: Het verlangen om effectief te zijn in wat je doet en het gevoel te hebben dat je vaardigheden hebt en ontwikkelt. Verbondenheid: Het verlangen om sociale relaties te hebben, je verbonden te voelen met anderen en geaccepteerd te worden. Volgens de zelfdeterminatietheorie zal het bevredigen van deze basisbehoeften leiden tot meer intrinsieke motivatie en tot een groter gevoel van welzijn.
Niet zomaar een principe waar een handige leerkracht of een gewiekste bedrijfsleider gebruik van kan maken om meer motivatie te bewerkstelligen. Het streven naar zelfdeterminatie, het respecteren van de individuele autonomie van elk persoon, vormt de basis voor veel aspecten van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid.
Over autonomie zeggen Deci en Ryan dat ze hier niet totale onafhankelijkheid van anderen onder verstaan. Wel het vermogen om keuzes te maken rekening houdend met de invloeden van anderen, zonder eigenheid te verliezen. Vertrouwen en autonomie geven, is dus niet hetzelfde als volledig loslaten. Ook daar vertelt Aleks over, over hoe zijn coach samen met hem zocht naar een vorm en hem hielp bij het herschrijven van zijn teksten. En Tina Renders, één van de koorleden, vertelt hoe hun coach hen na een tijd uitdaagde om zelf muziek te maken en niet bestaande liederen te zingen zoals ze aanvankelijk deden. Odile Versele, die binnen dit project al de rol opnam van koorleider en dirigent, nam de uitdaging aan en nam ook de rol van componist op zich. Vanuit de aanzet van de coach naar eigen materiaal ging de bal aan het rollen: eigen ‘liederen’ werden geschreven en gerepeteerd en er ontstond een zoektocht naar een theatrale manier van presenteren, weg van de klassieke koorpresentatie.
Voor theaterdocenten is het werken vanuit verbondenheid cruciaal, het creëren en in stand houden van verbondenheid hoort tot de expertise van wie dit werk doet. Verbondenheid is op deze avond sterk voelbaar. Het tonen van dit soort kwetsbaar werk kan alleen maar op een plek en bij mensen waar er genoeg vertrouwen en veiligheid is. Die sfeer is voelbaar: de kleine tribune zit propvol en wat getoond wordt, wordt warm onthaald door het publiek. Publiek dat voornamelijk bestaat uit ‘JongGeweiers’ en uit genodigden van de makers en spelers.
En dan is er nog de derde basisbehoefte waar Deci en Ryan het over hebben: competentie. Competent zijn: Wat is dat in een creatieproces? Elk proces is voor elke maker weer nieuw, een onbeschreven blad, een nieuwe zoektocht. En zeker voor deze jonge makers. En toch: de jongeren die presenteren in ‘Café Clair’ zijn jongeren die al aardig wat jaren op de teller hebben staan bij Jong Gewei. Ze maakten als speler verschillende creatieprocessen mee in de meest uiteenlopende contexten. In die zin hebben ze ervaring in het omgaan met de onzekerheid die bij dit soort processen hoort en hebben ze verschillende manieren gezien om materiaal te genereren en te assembleren. In de gesprekken met Lindah Leah en Aleks vallen ook nog de woorden discipline en toewijding. Ze noemen dit beiden belangrijke competenties om zelfstandig iets te kunnen maken. De wil om iets af te werken. Door te denken over de vorm en de uitvoering.
Theaterdocent en onderzoeker Nicola Abraham stelt in een artikel dat ze scheef dat een veilige en ondersteunende omgeving een jongere in staat stelt om autonomie te ontwikkelen in het proces van beslissingen nemen in een creatie. Om risico te kunnen nemen en je intuïtie te durven volgen, is er volgens haar een combinatie nodig van weinig richting of instructie, veel vrijheid en een hoge mate van ondersteuning.
Een uitdagende én interessante spreidstand waar ook Jong Gewei zich aan waagt. Ze faciliteren deze kronkelige en zoekende weg voor de jongeren die we deze avond zagen presenteren.
Abraham, N. (2019). The intuit: An investigation into the definitions, applications and possibilities offered by intuitive applied theatre practice with vulnerable youth. Applied Theatre Research, 7(2), 233–249.
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. New York: Guilford Publishing.
Vele uren keken we op verschillende plekken naar hoe theaterdocenten jongeren begeleiden. Uit onze observatieverslagen destilleerden we een aantal handelingen die we de theaterdocenten zagen uitvoeren. We zetten elke handeling op een kaartje en verzamelden de kaartjes onder acht thema’s.
We leggen deze kaartjes voor aan theaterdocenten bij wie we gaan observeren en gaan erover in gesprek. Waar hechten ze belang aan? Waarom doen ze wat ze doen?