Onderzoek voor en door theaterdocenten over het initiëren en begeleiden van autonoom podiumwerk van jongeren.
Categorie: Ontvoeringen
Geregeld ontvoeren we collega theaterdocenten.
We ontvoeren hen naar een onbekende bestemming en nemen tijd om te reflecteren.
We willen zo inspireren en geïnspireerd worden.
Ons onderzoek loopt ten einde! Op 3 oktober 2024 presenteren we in Gent na drie jaar boeiende ontmoetingen en experimenten onze onderzoeksresultaten.
Wil je erbij zijn? We sluiten af met een ontmoetingsmiddag en de voorstelling van onze publicatie. We doen dit in het kader van de ‘Roadtrip Cultuureducatie’ van Publiq.
Het volledige programma en mogelijkheid om in te schrijven vind je via deze link. Tot dan?
Op het moment dat we beseffen dat we verloren zijn gelopen, weten we dat we aan het dwalen waren. Dat we de richting kwijt zijn en we proberen de juiste weg terug te vinden. Maar wat als je bewust beslist om af te dwalen, je gedachten vrij de loop laat zonder duidelijk doel? Wat kunnen we ontdekken als we onze doelgerichtheid even loslaten en onszelf toelaten om het spoor nog even bijster te zijn … Waar komen we dan terecht? Wat zien we dan? Wat horen we dan? Wat ontdekken we dan?
Voor deze ontvoering ontwierpen we samen met beeldend kunstenaar Els Cornelis* eendwaaltocht en we ontvoerden negen theaterdocenten in één keer. We nodigden de theaterdocenten en artistieke coaches die deelnamen aan ons experiment voor het Kaap_Knal_Interval uit om samen bewust te dwalen door de stad én in gedachten.
Het dwaaltochtconcept van Els ontdekten we zelf ook al dwalend, doorklikkend op links in de website Makersmanieren. Els ontwierp in 2021 voor het festival Ode aan de Maker een dwaaltocht. Ze inspireerde zich daarvoor op ‘la dérive’ van de Situationisten. Deze internationale kunstzinnig-politieke beweging experimenteerde tussen 1957 en 1972 met andere bestaans- en samenlevingsvormen, en richtte zich op het doorbreken van patronen. Disruptie, chaos en ruimte voor onvoorspelbaarheid waren voor hen hierbij essentiële aspecten. Door het doelloos dwalen ontstond er ruimte voor het opnieuw ervaren van de omgeving. Els koppelde dit fysieke dwalen aan een dwalen in gedachten, gevoed door impulskaarten en vragen van de mede-dwaler waardoor je op een andere manier toegang krijgt tot je eigen denkbeelden en (soms onbewuste) expertise.
En dus werden op donderdagnamiddag 28 maart tijdens het Kaap_Knal_Interval de groep deelnemende theaterdocenten na een korte introductie over de dwaaltocht per twee of drie op pad gestuurd om samen te dwalen in de Gentse binnenstad en in gesprek te gaan met elkaar.
Ze kenden elkaar nog niet en maakten op die manier kennis met elkaars praktijk en expertise. Jarne en Mathias omschreven het achteraf ook als een soort blind date, een manier om elkaar meteen op een bijzondere manier te leren kennen.
Het looppatroon werd gekoppeld aan een gesprekspatroon, zodat er niet enkel gedwaald werd in de stad, maar ook in het gesprek of de gedachten. De instructies voor de dwaaltocht werden via de smartphone met de dwalers gedeeld. De dwalende gesprekspartners kregen zo ook vier dwaalspoorkaarten te zien ter inspiratie. Vier thema’s met citaten uit de diepte-interviews die we tijdens het onderzoek voerden met theaterdocenten en jongeren en waarmee we de coaches nog wilden confronteren. Over elk van de thema’s lieten ze om beurt hun gedachten dwalen.
Onderweg werd de wandelaars ook gevraagd om via WhatsApp korte impressies van de dwaalgesprekken door te sturen, foto’s met een eigen quote erbij.
richting geven zonder dwingend te zijnsmaak: alles opnemen als een sponsjeles gouts et les couleurs ne se discutent passoms is een kutidee geen kutideetijdsdruk ervarenloswrikken zodat er vrijheid ontstaatveel instructiesEnkele foto’s met quote uit de WhatsAppberichten van de dwalers.
De dwaaltocht eindigde in … een herberg, zoals het hoort. Herberg Macharius bood de wandelaars niet alleen een tas verse koffie, fruit en cake, maar het werd ook de plek om samen verder in dialoog te gaan. Een laatste dwaalspoorkaart nodigde de dwalers uit om een eigen thema, citaat of vraag te noteren.
Aan de hand van deze thema’s gingen zij opnieuw in gesprek met een 15-tal andere theaterdocenten die zich inschreven voor het Kaap_Knal_Interval. Meer over dit ontmoetingsmoment kan je lezen in onze rubriek Schrijfsels.
Het was fijn zo samen dwalen in de straatjes van verhalen
In ’t portret waar we in zijn neergezet sluipen we uit haar kader om de muziek haar hartslag nader te componeren tot ons eigenste gebod wie zonder antwoord zoekt die vindt het geheim wat ons verbindt of we nu zo of zo of zo a capella stil solo naar ver geluid is het een wapenfeit leerling blijven we altijd
Barbara Claes, slotbericht in de Whatsappgroep van de dwaaltocht.
. docent aan de School of Fine Art; Master of Art Education, HKU. . onderzoeker, Lectoraat Research in Creative Practices, HKU . mede-oprichter Werkgroep Roadmap to Equality in the Arts (NL) . onderzoeker Future of the Art School\ Pluriversity; Powertools t.b.v. bewerkstelligen van meer inclusiviteit, Werkgroep\ ArtEZ
Ik ontvoer Tanya Hermsen naar de Kunsthumaniora van Hasselt. We gaan kijken naar solo’s die de zesdejaars zelf maakten. Een project waar ze het hele jaar aan werken en waarin ze coaching krijgen van de theaterdocenten van de Kunsthumaniora. Het doel is eigen werk afleveren in de vorm van een solo van een twintigtal minuten: de ‘Solo XL’. Tanya en ik gaan niet alleen kijken, we jureren ook drie solo’s. We kijken én beoordelen dus. Ik gebruik hier bewust het woord ‘beoordelen’ in plaats van evalueren. De solo is geen deel van een verderlopend traject waarbij wat de jury aandraagt, zou kunnen gebruikt worden om materiaal verder te ontwikkelen. Tijdens het schooljaar zijn er al verschillende binnenschoolse jury’s en mentorgesprekken geweest. Tanya en ik kijken vandaag naar het eindpunt en vormen de buitenschoolse eindjury.
Ik vraag Lindah Leah Nyirenda of ik haar mag ontvoeren en ze zegt ja. Ik neem haar mee naar ‘Café Clair’ van Jong Gewei in Gent. Lindah Leah verdiende haar strepen als slampoëet, werkt bij de Kopergietery als coördinator van de theaterateliers met kinderen en jongeren en ze geeft les aan LUCA School of Arts. Heel fijn dat ze zich zo gewillig laat meenemen.
Jong Gewei laat jongeren die al langer binnen hun werking actief zijn vanaf 2023 eigen werk maken onder de noemer ‘Stafeta’. De jongeren die deze avond presenteren, toonden al eerder hun work in progress in oktober in ‘Café Obscur’. Nu tonen ze dit werk opnieuw, een stap verder in het proces, in ‘Café Clair’.
We zien deze avond vier presentaties die uiteenlopend zijn in vorm en in graad van afwerking. Eerst zien we ‘Koor Unie’: een theatraal koor met veel volk op de kleine scène van ‘Op de wolken’ in Gent. Een koor dat de grenzen opzoekt van wat je met een koor kan doen. Dan horen we een experiment met muziek, klank en zang. Horen want het is bedoeld om naar te luisteren, we luisteren samen naar een geluidsband, al dan niet met ogen dicht. Na een pauze zien we een dansperformance, geïnspireerd op een heksendans en als laatste zien we een presentatie waarin een man verliefd is op Scarlett, een rode telefoon.
De verliefde man wordt gespeeld door Aleks Nasipyan. Ik gaf ooit toneel aan hem op de kunsthumaniora. Dankzij hem zijn we hier, hij nodigde me uit voor deze avond. Twee maanden eerder was er ook al een avond als deze: ‘Café Obscur’. Op de website van Jong Gewei zegt Aleks hierover:
‘Café Obscur is voor mij een handige motivatie om op korte termijn naar iets toe te werken, iets te delen, wat niet per se af moet zijn, maar wel helpt om sneller stappen te zetten. Dat verhoogt gewoon je productiviteit. Ik vond het heel fijn om te delen.’
Het tonen, niet om een afgewerkt iets met een publiek te delen, maar om stappen te kunnen zetten en een moment te hebben om af te toetsen bij een publiek, is een mooie insteek. Ook nu in ‘Café Clair’ is die insteek nog voelbaar: niet het afgewerkt product staat voorop, wél de zoektocht.
De afgelegde weg is al lang. Aleks vertelt me hier na afloop meer over:
‘Voor mij was het een zoektocht van ‘huis- tuin- en keukenliefdesscènes’ naar liefdesscènes die theatraal interessanter zijn. Zo kwam ik uiteindelijk uit op een man met een grote liefde voor een telefoon. En ik heb ontdekt hoeveel er te regelen is om het repeteren heen: kostuum, decor, teksten schrijven, filmpje maken en afwerken.’
En met een glimlach voegt hij eraan toe:
‘Iets maken is voor mij als het vormgeven van lucht. Je werkt in het ijle en hebt voortdurend het gevoel dat dingen je ontglippen.’
Om te durven beginnen aan het ‘vormgeven van lucht’ is er moed nodig en een fundament van vertrouwen in eigen mogelijkheden. Lindah Leah vertelt dat ze bij studenten aan de hogeschool merkt wie dat in het middelbaar al meekreeg en wie niet. Die jongeren die in het middelbaar weinig autonomie en weinig vertrouwen hebben gekregen maar sterk aan de hand gehouden werden, blijven in creatieopdrachten vaker steken in het conceptuele. Voor hen is het moeilijker om zelfstandig de stap te zetten naar het daadwerkelijk uitvoeren van een plan. Lindah Leah ziet dat ze zich afhankelijk opstellen, ze wachten op toestemming om iets te mogen doen en ze willen goedkeuring over wat ze tonen. Dat houdt ze tegen in het onderzoeken.
Verschillende theaterdocenten getuigden in ons onderzoek over het grote belang van vertrouwen tonen om jongeren uit te dagen tot het creëren van eigen werk. Een oordeelvrije ruimte creëren waar ‘goed of fout’ plaats kan maken voor experiment. Theaterdocent Jeroen Op De Beeck getuigt hier sterk over in een interview. Hoe hij tijd neemt om vertrouwen te installeren omdat hij weet dat dat een belangrijke voorwaarde is om eigen werk te kunnen creëren. Theaterdocent Nilay Ceber formuleert het anders in een interview. Zij spreekt over het ‘aanwakkeren van een kunstenaarshouding’. Ze wil dat jongeren een eigen, vrije interpretatie geven van de opdracht die ze geeft. Ze moeten doen wat ze denken dat de opdracht is, ze moeten zelf op zoek gaan.
In de bedrijfswereld, onderwijs en sport wordt er in het denken over intrinsieke motivatie vaak gerefereerd naar de ‘zelfdeterminatietheorie’. Een theorie die is ontwikkeld door de Amerikaanse psychologen Deci en Ryan. De theorie richt zich op de motivatie achter menselijk gedrag. Welke voorwaarden moeten er voldaan zijn zodat iemand bevlogen kan werken en met de wil om zelf keuzes te maken? Deci en Ryan stellen dat er drie basisbehoeften zijn die de motivatie van individuen sturen: autonomie, competentie en verbondenheid.
Autonomie: Het verlangen in ieder mens om zelf keuzes te maken en controle te hebben. Competentie: Het verlangen om effectief te zijn in wat je doet en het gevoel te hebben dat je vaardigheden hebt en ontwikkelt. Verbondenheid: Het verlangen om sociale relaties te hebben, je verbonden te voelen met anderen en geaccepteerd te worden. Volgens de zelfdeterminatietheorie zal het bevredigen van deze basisbehoeften leiden tot meer intrinsieke motivatie en tot een groter gevoel van welzijn.
Niet zomaar een principe waar een handige leerkracht of een gewiekste bedrijfsleider gebruik van kan maken om meer motivatie te bewerkstelligen. Het streven naar zelfdeterminatie, het respecteren van de individuele autonomie van elk persoon, vormt de basis voor veel aspecten van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid.
Over autonomie zeggen Deci en Ryan dat ze hier niet totale onafhankelijkheid van anderen onder verstaan. Wel het vermogen om keuzes te maken rekening houdend met de invloeden van anderen, zonder eigenheid te verliezen. Vertrouwen en autonomie geven, is dus niet hetzelfde als volledig loslaten. Ook daar vertelt Aleks over, over hoe zijn coach samen met hem zocht naar een vorm en hem hielp bij het herschrijven van zijn teksten. En Tina Renders, één van de koorleden, vertelt hoe hun coach hen na een tijd uitdaagde om zelf muziek te maken en niet bestaande liederen te zingen zoals ze aanvankelijk deden. Odile Versele, die binnen dit project al de rol opnam van koorleider en dirigent, nam de uitdaging aan en nam ook de rol van componist op zich. Vanuit de aanzet van de coach naar eigen materiaal ging de bal aan het rollen: eigen ‘liederen’ werden geschreven en gerepeteerd en er ontstond een zoektocht naar een theatrale manier van presenteren, weg van de klassieke koorpresentatie.
Voor theaterdocenten is het werken vanuit verbondenheid cruciaal, het creëren en in stand houden van verbondenheid hoort tot de expertise van wie dit werk doet. Verbondenheid is op deze avond sterk voelbaar. Het tonen van dit soort kwetsbaar werk kan alleen maar op een plek en bij mensen waar er genoeg vertrouwen en veiligheid is. Die sfeer is voelbaar: de kleine tribune zit propvol en wat getoond wordt, wordt warm onthaald door het publiek. Publiek dat voornamelijk bestaat uit ‘JongGeweiers’ en uit genodigden van de makers en spelers.
En dan is er nog de derde basisbehoefte waar Deci en Ryan het over hebben: competentie. Competent zijn: Wat is dat in een creatieproces? Elk proces is voor elke maker weer nieuw, een onbeschreven blad, een nieuwe zoektocht. En zeker voor deze jonge makers. En toch: de jongeren die presenteren in ‘Café Clair’ zijn jongeren die al aardig wat jaren op de teller hebben staan bij Jong Gewei. Ze maakten als speler verschillende creatieprocessen mee in de meest uiteenlopende contexten. In die zin hebben ze ervaring in het omgaan met de onzekerheid die bij dit soort processen hoort en hebben ze verschillende manieren gezien om materiaal te genereren en te assembleren. In de gesprekken met Lindah Leah en Aleks vallen ook nog de woorden discipline en toewijding. Ze noemen dit beiden belangrijke competenties om zelfstandig iets te kunnen maken. De wil om iets af te werken. Door te denken over de vorm en de uitvoering.
Theaterdocent en onderzoeker Nicola Abraham stelt in een artikel dat ze scheef dat een veilige en ondersteunende omgeving een jongere in staat stelt om autonomie te ontwikkelen in het proces van beslissingen nemen in een creatie. Om risico te kunnen nemen en je intuïtie te durven volgen, is er volgens haar een combinatie nodig van weinig richting of instructie, veel vrijheid en een hoge mate van ondersteuning.
Een uitdagende én interessante spreidstand waar ook Jong Gewei zich aan waagt. Ze faciliteren deze kronkelige en zoekende weg voor de jongeren die we deze avond zagen presenteren.
Abraham, N. (2019). The intuit: An investigation into the definitions, applications and possibilities offered by intuitive applied theatre practice with vulnerable youth. Applied Theatre Research, 7(2), 233–249.
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. New York: Guilford Publishing.
Zit je met een kunstzinnig ei, maar vind je geen nest om het te leggen? Kom het uitbroeden bij Knal_Interval.
(Uit de visietekst van Larf!)
Een mistige donderdagavond in november en ik ontvoer Els De Neve, theaterdocente en psychologe. Ik neem haar mee naar het maandelijkse KNAL_Interval bij LARF! in Gent. Els gaf in het verleden jarenlang workshops theater aan jongeren voor NTGent in het kader van de publiekswerking en werkt vandaag als psychologe/coach in diverse settings met jongeren en volwassenen. Ze ontwikkelde daarvoor creatieve methodes om te coachen, onder andere voor haar werk met de studenten aan KULeuven. Ons gesprek gaat dan ook al snel over die rol als begeleider, over sturen en vrijheid, over een stem geven aan mensen, over onze maatschappij, over ons werk met jongeren in al die verschillende contexten.
Een uitgewerkte versie van de tekst van deze ontvoering verscheen in augustus 2023 in het tijdschrift Kunstzone onder de titel Stilstaan.
‘Ik ging echt wel anders kijken. Vijf minuten is lang.’ Eén van de studenten van de opleiding Theaterdocent van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, kijkt wat beduusd omhoog. Ze heeft net vijf minuten onafgebroken naar haar gsm gestaard. Naar één beeld: een zelfgekozen still uit haar favoriete film. De opdracht is bedacht door een aantal studenten van de Educatieve Master Drama van KASK & Conservatorium Gent en een aantal studenten van de opleiding Theaterdocent van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.
De Amsterdamse studenten doen een project met DEGASTEN, een jongerentheatergezelschap uit Amsterdam. Samen komen ze twee dagen naar Gent. Een onderdeel van hun programma is een ontmoeting met de studenten van de Educatieve Master Drama. We bieden hen een workshop aan met als vertrekpunt het materiaal op de blog van het onderzoek.
We ontvoeren Anthony Notebaert naar de workshop. Omdat hij in dit samengaan van opleidingen uit België en Nederland wonderwel goed past. Hij is een jonge theaterdocent die afstudeerde aan de opleiding Docent Theater bij de Fontys Hogeschool Tilburg. Hij geeft les in verschillende contexten in Vlaanderen en combineert dit met het behalen van zijn master drama en Educatieve Master Drama aan de LUCA School of Arts in Leuven.
De centrale vraag in de workshop: hoe zou jij jongeren uitnodigen tot en begeleiden in zelf creëren? Wat van het materiaal op de blog kan je daartoe inspireren?
De studenten gaan onverstoorbaar verder: ‘Ga naar je notities, schrijf in kernwoorden op wat je gezien hebt.’
In Nederland wordt er op dit moment stevig gediscussieerd over een mobieltjesverbod op scholen. De minister van onderwijs sluit Haagse regelgeving over zo’n verbod niet langer uit. In België zijn er verschillende scholen die gsm’s al weren én uit de lessen én uit het schoolgebouw. Op andere scholen woedt de discussie hierover. Het valt op dat in de opdracht die een groep bedenkt in deze workshop, de gsm juist gebruikt wordt als middel om te vertragen. Om te kijken en te blijven kijken. En dan te merken of je iets anders ziet na al dat kijken. Kunstdocent Corita Kent beschrijft het belang van het ontwikkelen van de ‘zie-spieren’(Kent en Steward, 2008). Ze vindt kijken niet hetzelfde als zien. Zien begint wel met kijken maar is alleen maar het begin. Ze raadt haar studenten aan om lang naar hetzelfde beeld te kijken. Zo kan je proberen om een helder moment te krijgen waarop je leeg bent en open naar wat je ziet. Kent beschrijft het als een soort van kijken, waarbij je niet weet waar je naar zoekt, en zo iets écht kan gaan zien. Op een andere manier, zoals je het nog niet eerder zag.
‘Hoe was dat lange kijken? Kunnen we dat vragen aan jongeren?’ De groep die de opdracht bedacht, twijfelt hierover. Een gesprek ontspint zich: sommigen vertellen hoe ze blank werden vanbinnen na een tijdje staren, anderen vertellen hoe ze op details gingen letten en weer anderen hoe ze over het kijken zelf gingen nadenken. Sommigen vragen zich af hoe het zou zijn als het beeld geprint werd en je er letterlijk dichtbij of veraf van kon gaan staan. Zou dat nog iets anders opleveren? Iedereen is het erover eens dat het een ervaring was.
De opdracht gaat verder: ‘Kies één van je kernwoorden.’ En dan: ‘Zeg je woord hardop en laat anderen associëren met één woord.’ We doen het en een reeks woorden ontstaat. ‘Kies één woord uit de associaties op jouw woord. Schrijf een gedicht met dit woord als titel. Gebruik de vorige opdrachten als inspiratie voor je gedicht. Er zijn geen restricties voor je gedicht.’
Koe
Bevlekt is mijn aangezicht
Ik was verliefd
Jij was mijn vleesindustrie
Met schelletjes sneed jij me weg
Stuk voor stuk
Tot er alleen maar lucht overblijft
Jij hebt het op mij gemunt
Met glazige ogen.
Melk mij
Maar vergeet niet dat er bloed tussen
Wij zijn herkauwers
Maar vergeet het grazen niet.
Gedicht van één van de studenten
Anthony vertelt dat één van de inspiratiebronnen voor de opdracht een citaat is op de blog uit een interview met Arnaud Deflem, theaterdocent aan de Kunsthumaniora Hasselt, waarin hij zegt dat hij gelooft dat rust en tijd in een les heel productief kunnen zijn maar dat hij dat nog te weinig toelaat. Ook in gesprekken met theaterdocenten over het materiaal op de blog, wordt dit citaat regelmatig genoemd. Blijkbaar raakt het een gevoelige snaar. Hoe creëren we rust om jongeren stil te laten staan? En wat kan dat stilstaan opleveren?
Ook Gert Biesta ziet potentie in dit stil laten staan. Hij noemt het onderbreken om dan vervolgens de aandacht te richten en zo de leerlingen te vertragen (2021). Hij trekt van leer tegen de impulssamenleving en ziet het als een belangrijke taak van onderwijs om hier weerstand tegen te bieden (Biesta, 2022). Hij vindt het onderbreken van jongeren, hun aandacht op iets specifiek richten en zo vertraging inbouwen meer dan een pedagogische handeling die elke leerkracht doet. Voor hem is het een manier om jongeren de gelegenheid te geven om te kunnen ontdekken hoe ze kunnen omgaan met hun verlangens in deze wereld, hoe ze zich op een volwassen manier tot hun verlangens kunnen verhouden. De school is er én om de samenleving te dienen én om weerbarstig te zijn, om te resisteren. Het vertragen ziet hij als een mogelijkheid om uiteindelijk écht de samenleving te kunnen dienen, niet door te doen wat die samenleving van je verlangt maar door er eigenheid aan toe te voegen.
In de workshop eindigt de opdracht bij het voorlezen van de gedichten maar de studenten dachten al na over hoe ze verder zouden gaan als ze dit met jongeren zouden doen. Belangrijke inspiratie in het vormgeven van het verdere verloop van de opdracht, zijn de verschillende citaten op de blog waarin theaterdocenten vertellen hoe ze zoeken in het niet doorduwen van hun eigen idee in het creëren. De studenten bedenken dat de les een werkplaats kan zijn voor de jongeren om hun eigen gedichten vorm te geven met de groep. Misschien kan elke jongere één les krijgen om zijn gedicht te vertalen naar de vloer samen met de groep? Dat zou kunnen met de taal van het gedicht maar evengoed zou het gedicht als inspiratie kunnen dienen voor beweging of beeld. De jongere zou carte blanche krijgen om met de groep te creëren in de les van het eigen gedicht. Iedereen van de groep zou kunnen meespelen in het toonmoment op het einde van de les of niet. Hoe zou het zijn om als theaterdocent in dit proces meer als ondersteuner vanaf de kant het proces te faciliteren? En hoe doe je dat?
De studenten wisselen nog andere citaten en opdrachten uit. En op het allerlaatst zegt de groep studenten van de opdracht van het gedicht nog: ‘Dat vijf minuten kijken, we deden dat nu zo omdat het binnen deze workshop vooruit moet gaan. In de eigen les met jongeren zouden we dat vijftien minuten doen.’ Een theaterdocent die aan een groep jongeren vraagt om vijftien minuten lang naar één beeld te kijken. Wat een statement in deze hectische wereld.
Dat het hem deugd deed om weer eens te sparren met anderen, vertelt Anthony achteraf, en zo tot opdrachten te kunnen komen. En dat het goed zou zijn om dat in het dagelijkse lesgeven meer een plek te geven. Ook een paar studenten uit Amsterdam komen op het einde van de workshop zeggen dat ze het fijn vonden dat iedereen zo open was om ideeën voor opdrachten te delen en zo samen iets te laten groeien. Bestaat daar in sommige werkcontexten een huiver voor? Is dat gewoon een kwestie van doen? Wat houdt ons tegen om van dat sparren een gewoonte te maken?
Dank aan Rutger Esajas, Wandana Biekram, Nilay Ceber en Nicky Vroegop van DEGASTEN, aan de studenten van de opleiding Theaterdocent van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, aan de studenten van de Educatieve Master Drama van KASK & Conservatorium Gent en aan Anthony Notebaert.
Biesta, G. (2021). Door kunst onderwezen willen worden. ArtEZ Press.
Biesta, G. (2022). Wereldgericht onderwijs. Uitgeverij Phronese.
Kent C en Steward J, (2008, second edition). Learning by heart, teachings to free the creative spirit. Allworth Press New York. Originally published by Bantam Books, New York, 1992.
Een zondagmiddag in november. We ontvoeren Jarne Van Loon, student educatieve master drama van Ann en nemen hem mee richting het GEN-ZIE Festival in De Studio in Antwerpen.
GEN-ZIE is een festival van Fameus. Jongeren tussen 14 en 20 jaar die zelf iets willen maken, kunnen zich inschrijven en krijgen de kans om een aantal dagen met een coach te werken. Er is geen selectie: iedereen die zich inschrijft, doet mee.
Er zijn veel categorieën waarvoor de jongeren zich kunnen inschrijven: rap, dans, installatiekunst, textiel, muziek, poëzie, schilderkunst, slam, performance en deejaying. GEN-ZIE besteedt veel tijd en aandacht in het bereiken van jongeren die moeilijker toegang hebben tot cultuur. Ze werken daarvoor in een voorbereidend traject samen met verschillende jeugdorganisaties en scholen. In de zomer kunnen jongeren die dat willen een zomerworkshop volgen. In de herfstvakantie doet iedereen mee aan een aantal coachingsdagen.
‘Mijn ogen zijn bruin. Wanneer ik naar de zon kijk, worden ze groen. Wanneer ik mijn vijand zie, worden ze zwart. Wanneer ik naar jou kijk, vullen ze zich met liefde.’
De openingszinnen van de monoloog die de jonge Azra (16) speelt in VAART eind oktober. Een monoloog die ze zelf schreef en regisseerde met hulp van coach Anna Vercammen.
Theaterdocent Evelien Verhegge was een kleine twintig jaar geleden ook zo jong en wandelde toen voor het eerst binnen bij fABULEUS. Eerst om mee te spelen in een productie van fABULEUS, later kreeg ze er als jongere de kans om eigen werk te maken. Nu werkt ze zelf als theaterdocent. Evelien laat zich niet ontvoeren door ons maar nodigt zichzelf gewoon uit. Als ze hoort dat we over twee dagen naar VAART gaan van fABULEUS in Leuven, wil ze mee.
Een aangename warme dag in juni. We ontvoeren collega’s Kathy Colpaert, Noortje Dekker en Roos Dochy, theaterdocenten aan het Secundair Kunstinstituut in Gent. We observeerden in het najaar van 2021 alle lessen waarin ze werkten aan een solo-project met de vierdejaars.