Zwembanden

Made in Eeklo en Izegem

Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.

Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

Aan de Kunstacademie Eeklo experimenteerden Flo Callens, Manon De Baecke en Monique Janssen. Aan Art ‘Iz Izegem, experimenteerden Anthony Notebaert en Benjamin Sercu. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Eeklo en Izegem dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.

Eerder posten we al hun startopdrachten.

Manon werkte met een groep 14- 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Haar opdracht:

Maak een korte solo waarin je een gesprek met jezelf voert over waar je nu staat in het creatieproces van de solo.
Bedenk een vorm waarmee je duidelijk kan maken dat je twee personages speelt, twee versies van jezelf.

‘Ik merkte in het begin van het creatieproces veel twijfel en schroom bij mijn groep. Zelf iets maken, gaat dat wel lukken? En dan nog alleen? In deze opdracht heb ik die twijfel tot inhoud gemaakt. Het was mooi om te zien hoe dat werkte voor hen. Twijfel werd door deze opdracht niet meer iets wat ze weg moesten steken maar iets wat mag bestaan. Ze gingen echt een drempel over: Je mag het niet weten, je kan het zelfs gebruiken als motor in een creatieproces. Sommigen wilden materiaal hieruit ook gebruiken in hun solo. Daar was ik achteraf niet altijd even gelukkig mee want het betekende dat de inhoud van sommige solo’s heel dicht bij henzelf bleef en ik vond dat niet altijd de meest interessante keuze. Hoe het liep vond ik wel mooi: hoe een opdracht die bedoeld om inzicht te krijgen in hoe een maakproces kan werken, voor sommigen ook echt bruikbaar materiaal oplevert voor hun solo.’

Monique werkte met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO.

‘Ik kan geen opdracht noemen omdat ik geen enkele opdracht echt goed gelukt vind. Ik ben daar eerlijk over. Het was ook echt een moeizaam proces, dus er is niet één opdracht waarvan ik nu denk: die ga ik onthouden, want die wil ik nog eens terugdoen. De groep waarmee ik werkte, was een groep waarvan ik al wist: oké, dat wordt spannend, want de groepsdynamiek is niet wat het zou moeten zijn. En dat bleek ook. Wat ik ook aanbood, er was veel gesputter en ‘gezaag’. Hooguit kwam ik tot een moment waarop de energie wél even goed zat, ze samen aan iets werkten, ze even in een flow geraakten. Maar dat stond nog ver van een zelfstandig creatieproces. Ik zal hier ongetwijfeld ook mijn aandeel in hebben maar het zegt ook zeker iets over de moeilijkheid om dit soort processen aan te gaan met een groep waarin de dynamiek niet goed zit.’

Ook Flo werkte met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO.

De opdracht van Flo:


Toon in vijf foto’s op de vloer je solo.
Zorg dat in de foto’s het verloop van je solo te zien is.

‘Deze opdracht was een kantelpunt in het proces: ze kregen er nieuwe ideeën door en het haalde ze weg van het praten. Dat idee had deze groep sterk: iets maken, dat is veel praten. Dat ze via stilstaande beelden zoveel konden vertellen was voor hen een belangrijke ontdekking. Daarnaast was het voor een aantal van hen ook een eenvoudige manier om op een rij te zetten hoe ze wilden dat hun solo zou worden. Door dat via het maken van die beelden al doende uit te zoeken, op de vloer, borrelden er bij een aantal van hen veel ideeën op.’

Nog een schrijfopdracht van Flo:

Neem een boek uit de kast hier in het lokaal.
Blader er doorheen en zoek een zin die jouw personage zou kunnen zeggen.
Schrijf een korte monoloog waar deze zin in voorkomt.  

‘Dit was een eenvoudige, laagdrempelige manier om eigen tekstmateriaal aan te maken. Het leverde bruikbaar tekstmateriaal op.’

Anthony werkte met een groep 16- 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Ga in een kring staan.
Zeg een thema, maakt niet uit wat, het eerste wat in je opkomt. De speler naast je associeert hierop, zegt een ander thema dus.
De speler daarnaast zegt weer een ander thema en zo de kring verschillende keren rond.
Kies uit alle genoemde thema’s dat thema wat jij het interessantst vindt.

‘Het was lastig voor hen om in het begin een thema te kiezen voor hun solo. Ze hadden allemaal wel iets maar waren er niet echt tevreden over. Het doorpraten met hen hierover bleek niet de beste weg. Een aantal van deze ‘associeerrondes’ werkte wel, ik liet ze ook stevig door associëren. Op deze manier vonden ze allemaal een thema waar ze wel mee aan de slag wilden.

Anthony vertelde nog een opdracht:

Zoek een handeling die je kan doen in je solo.
Gebruik er geen tekst bij.
Beeld niet letterlijk uit wat er aan de hand is maar laat de handeling het suggereren. 

‘Al werkend bleek dat ze het moeilijk vonden om hun solo theatraal interessant te maken. Deze opdracht hielp daarbij. Eén meisje bijvoorbeeld maakte een solo over aangeraakt worden als je het niet wil en zij koos dan een cupcake om haar lichaam voor te stellen, begon met zachtjes te duwen tegen die cupcake en uiteindelijk vermorzelde ze heel de cupcake. Bleek dat als ze één zo’n voorbeeld zagen, ze vertrokken waren en er ook ideeën kwamen voor hun eigen solo. Ik liet ze hun idee voor een handeling aan elkaar presenteren en samen zochten we dan naar een manier om wat ze kozen zo sterk mogelijk te maken.’

Benjamin werkte met een groep 15- 16-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Verzin een vraag die binnen het thema past.
Maak een verhaal dat een antwoord geeft op deze vraag.

‘Ze kozen uiteindelijk voor de vraag: ‘Waarom is de lucht blauw?’ Daarna heb ik ze zelf het verhaal laten verzinnen dat hier een antwoord op zou kunnen geven. Ik heb me daarbij echt bewust afzijdig gehouden en ze dat ook gezegd. Ik vond dat ze dat ongelooflijk goed deden en het verhaal dat hier uitkwam was echt van hen.’

Ook Benjamin vertelde nog een opdracht:

Verzin een soort blauw dat niet bestaat en geef het een naam.
Verkoop het.

‘Van alle thema’s die ze konden kiezen, kozen ze vrij unaniem een eerder abstract thema: blauw. Dat vond ik interessant en met korte opdrachten zoals deze wilde ik hen prikkelen om weg te blijven van het eerste het beste waar ze aan denken bij dat thema. De tekstjes die uit deze opdracht kwamen waren eerder poëtisch en er zaten leuke ideeën in om verder mee te werken.’

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.

LEES MEER

Zwembanden

Made in Gent

Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.

Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

In Gent aan Academie De Kunstbrug experimenteerden Tom Van der Velde en Sofie Van Maele. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Gent dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.

Eerder posten we al hun startopdrachten.

Tom werkte met een groep 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Experimenteer hoe je de inhoud van jullie handtas kan uitstallen in een kader op de grond. Experimenteer met tempo, met de manier waarop je een voorwerp neerlegt, met waar je het neerlegt. Zoek uit hoe je hierin kan variëren en hoe je hier zorgvuldig in kan zijn.

‘Ik gaf deze opdracht aan een groepje dat al snel een verhaal had uitgeschreven bij hun handtas. Dat narratieve lukte bij hen zeer snel maar de stap zetten naar het in beeld brengen niet. Ik kies er dan soms voor om hen een vorm aan te reiken. Na het experimenteren ging de opdracht verder:

Breng nu de tekst terwijl je de voorwerpen uitstalt. Wat leg je op welk moment neer in het kader en hoe? Hoe kan je op die manier ‘lading’ geven, betekenis genereren?

Ik geef ze zeer gerichte instructies over het uitwerken in vorm om ze zo te prikkelen in het denken over en experimenteren met vorm. Mijn sturing ging daarna nog verder:

Film nu het kader van bovenaf en speel het opnieuw. Voeg ook muziek toe. We zien op de opname dus alleen het kader en jullie handen die voorwerpen in het kader leggen. We horen de muziek en jullie die het verhaal vertellen.

Ik liet ze dit helemaal afwerken. Ik doe dit soort zeer gerichte maakopdrachten om ze te tonen wat mogelijk zou kunnen zijn in vorm. Ik wil ze een soort ‘supermarkt’ geven: kies wat je uiteindelijk wil gebruiken of ontwikkel na deze ervaring iets totaal nieuws. Later zijn ze daar ook inderdaad zelf hun weg mee gegaan.’

Sofie werkte met een een groep 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met het DKO. Haar opdracht:


Maak per twee een scène waarin één van de twee personages een bekentenis doet.

‘De personages die ze wilden gebruiken in dit project hadden ze al voor ik deze opdracht gaf. Door deze opdracht kregen ze veel extra ideeën voor de personages, het zette hun verbeelding echt in gang.’

Nog een opdracht van Sofie:

Schrijf een flyer voor jullie toonmoment.  

‘Deze opdracht heb ik gegeven toen ze al een eind waren in het proces. Er stonden al verschillende fragmenten op poten. Een aantal inhoudelijke knopen moesten nog worden doorgehakt. Wat ze eigenlijk wilden vertellen bijvoorbeeld. Het gesprek hierover kwam eigenlijk vanzelf op gang tussen hen bij het schrijven van die flyer en het werd ook heel concreet: die scène willen we houden, die scène niet. Ze konden van daaruit echt keuzes beginnen maken naar het eindresultaat toe. Dat was een belangrijke stap.’

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.

LEES MEER

Zwembanden

Made in Zwevegem en Zottegem

Opdrachten maken mee het maakproces van de jongeren. Docenten zetten ze in om jongeren materiaal te laten verzamelen, om ze tools aan te bieden bij het maken, om hun vakmanschap in uitvoeren te vergroten of om hen te helpen om keuzes te maken in het creatieproces.

Welke opdrachten gebruikten de theaterdocenten uit het project ‘De volledige lijn’ om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten?

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

In de Kunstacademie Zwevegem experimenteerden Annelies De Nil en Barbara Demeyere. Jarne Van Loon deed dat in de Stedelijke academie voor muziek, woord en dans van Zottegem. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Ze lieten zien hoe de opdrachten die ze tijdens het proces gaven, het zelfstandig maakproces van de jongeren ondersteunden. Made in Zwevegem en Zottegem dus, niet alleen door de jongeren maar ook door de theaterdocenten.

Eerder posten we al hun startopdrachten.

Jarne werkte met een groep 15-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Maak in tien minuten drie mogelijke beginscènes.
Maak de beginscènes zo verschillend mogelijk.

‘We hebben een lange periode zitten nadenken en brainstormen aan tafel en na een tijd voelde ik dat ik op zoek moest gaan naar hoe ik die jongeren op de vloer kon krijgen. Ik wou ook dat ze meteen met verschillende mogelijke vormen zouden gaan experimenteren. Hebben jullie al een beginscène zonder tekst? Prima, en maak er nu ook één met heel veel tekst. En ik merkte dat de tijdslimiet in die opdracht hen sterk hielp om wél op de vloer te geraken. Nog maar één beginscène? Jullie hebben dan nog maar vijf minuten voor de twee andere beginscènes. Ze voelden zo ook dat het best mogelijk is om op zo’n korte tijd al iets op de vloer te brengen. Dat is bepalend geweest voor de rest van het proces.’

Annelies en Barbara werkten met een groep 12- tot 14-jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Hun opdracht:

Ga kijken naar de presentatie van een andere groep hier op de academie.
‘Pik’ iets uit deze presentatie en gebruik het in wat jullie zelf aan het maken zijn. 

‘Dit heeft een enorme boost gegeven aan hun werkproces. Vaak namen ze dingen over op gebied van vorm en herwerkten ze dat zodat het eigen werd en iets toevoegde aan wat ze aan het maken waren. Doordat ze dat deden, werd wat ze aan het maken waren theatraal meteen interessanter. Dat willen we volgend jaar nog meer ruimte geven in de maakopdracht.’

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil werkt op dit moment aan een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht. De podcast verschijnt binnenkort op de blog.

Zwembanden

Beginnen in Eeklo en Izegem

Wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden, doelgericht of aarzelend op de tast…’

Freek De Jonge

Hoe begin je? Welke opdrachten kan je gebruiken om een groep te laten starten met zelfstandig creëren?

In het project ‘De volledige lijn’, experimenteerden theaterdocenten in het Deeltijds Kunstonderwijs op onze vraag met het zelfstandig laten creëren door jongeren.

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

En beginnen, dat deed iedereen.

Aan de Kunstacademie Eeklo, begonnen Flo Callens, Manon De Baecke en Monique Janssen. Aan Art ‘Iz Izegem, begonnen Anthony Notebaert en Benjamin Sercu. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Flo, Manon en Monique bij Kunstacademie Eeklo.

Manon werkte met een groep 14- 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Haar opdracht:

Maak een korte solo die gaat over iets wat jou fascineert.

‘Ik heb de opdracht niet in één keer gegeven. Ik heb die langzaamaan aangebracht, verspreid over de eerste twee, drie lessen. Op het einde van de derde les wisten ze dus wat de opdracht was.

Ik wilde dat hetgeen hen echt bezighield, wat hen fascineerde opborrelde bij hen. Ik heb daarnaar gezocht door ze korte opdrachten te geven in de les en thuis.

Eerste deel van de opdracht, in de les:

Zoek in je Instagram: als je niet met school of hobby’s bezig bent, waar ben je dan? Waar ben je mee bezig? Schrijf dit op voor jezelf, je hoeft het dadelijk niet voor te lezen.
Kies er nu drie dingen uit die er voor jou echt uitspringen.

Tweede deel, thuis:

Personaliseer het logboek dat ik je gegeven heb. Zorg ervoor dat je fascinaties te zien zijn op de cover van je logboek.

Derde deel, in de les:

Kijk naar de logboeken van de anderen. Ga bij een logboek zitten en schrijf woorden op die in je opkomen bij het kijken naar dit logboek. Waar doet het je aan denken? Doe dit bij elk logboek.
Ga bij je eigen logboek zitten en lees wat de anderen schreven bij jouw logboek. Kies hier een aantal woorden uit die er voor jou uitspringen.

Vierde deel, in de les:

Kies muziek, één nummer dat voor jou de sfeer vangt van één van je fascinaties.

Het logboek en de muziek waarmee ze voor het eerst werkten in deze opdrachten, kwamen in de loop van het proces nog regelmatig terug. Ik wilde dat al het materiaal dat ze zo verzamelden, als voeding kon dienen voor hun solo.

Monique en Flo, werkten met een groep 12-13- jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Ze startten gezamenlijk en gaven improvisatieopdrachten aan de groep. In deze opdrachten bleek de fascinatie van de groep voor het thema ‘tijdreizen’ en ‘teletijdmachines’. Vanuit dit gezamenlijk vertrekpunt, gingen ze elk op hun eigen manier verder met hun groep.

De opdracht van Monique:

Maak een korte solo.
Ga voor of achteruit in de tijd.
Start als jezelf en transformeer gaandeweg.
Elk voorwerp of kledingstuk dat je gebruikt, moet een functie hebben in het geheel.
Eindig met een cliffhanger. 

‘De vier uitganspunten voor de opdracht heb ik op een groot blad geschreven voor ze. Dan ben ik eerst begonnen met brainstormopdrachten en tekenopdrachten. Ieder van hen kreeg een groot blad papier om op te tekenen en te schrijven: Naar welke tijd zou je willen? Teken een tijdmachine. Wat is je favoriete gespreksonderwerp met goede vrienden? Enzovoort. Na een tijd stond dat papier dus vol met tekeningen, woorden, gedachten en ideeën die van hen waren. Dat was het startpunt.’

De opdracht van Flo:

Maak een solo die maximum vijf minuten duurt.
De solo begint op het moment dat je uit een teletijdmachine stapt.
Je solo start in stilte en in die stilte komt het publiek te weten in welke tijd de solo zich afspeelt.

‘Een concrete startopdracht had ik in het begin niet, dat is eerder organisch gegroeid. De jongeren zijn door opdrachten beginnen te improviseren en daar zat interessant materiaal in. Ze kwamen steeds terug op het gegeven van een ‘teletijdmachine’. Pas dan hebben we besloten, mede onder impuls van jullie vraag, om daar een opdracht rond zelf maken aan te koppelen.’

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Anthony en Benjamin van Art’Iz Izegem.

Anthony werkte met een groep 16- 17-jarigen, 4.2 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:


Maak een solo van maximum vijf minuten vanuit een thema dat je intrigeert.

‘Ik koos bewust voor een zo open mogelijke opdracht. Ik wilde proberen om ze zo vrij mogelijk te laten zowel op gebied van inhoud als op gebied van vorm. In de loop van het project heb ik dat wel wat bijgestuurd omdat ik merkte dat die grote vrijheid niet voor iedereen werkte.’

Benjamin werkte met een groep 15- 16-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:


Maak een vertelprogramma met de groep dat ongeveer een kwartier duurt.
Kies een thema om rond te werken.
Het programma kan bestaan uit bestaande en zelfgeschreven teksten.

‘In de eerste les hebben we gekeken naar de bundels van het tijdschrift ‘Dichter’. Ook daar is er per bundel een thema waarrond poëzie verzameld is. Ze kozen een thema van één van de bundels en hadden zo meteen een schat aan bestaande poëzie rond hun thema. De eigen geschreven teksten hebben ze later in het proces verzameld door improvisatieopdrachten en door schrijfopdrachten die ik ze gaf.’

Welke opdrachten gebruikten Flo, Manon, Monique, Anthony en Benjamin om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten? Dat lees je in ‘Made in Eeklo en Izegem’.

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.

LEES MEER

Zwembanden

Beginnen in Zwevegem en Zottegem

Wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden, doelgericht of aarzelend op de tast…’

Freek De Jonge

Hoe begin je? Welke opdrachten kan je gebruiken om een groep te laten starten met zelfstandig creëren?

In het project ‘De volledige lijn’, experimenteerden theaterdocenten in het Deeltijds Kunstonderwijs op onze vraag met het zelfstandig laten creëren door jongeren.

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Jarne van SAMWD Zottegem en Barbara en Annelies van Kunstacademie Zwevegem.

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

En beginnen, dat deed iedereen.

In de Kunstacademie Zwevegem, begonnen Annelies De Nil en Barbara Demeyere en in de Stedelijke academie voor muziek, woord en dans van Zottegem startte Jarne Van Loon. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Jarne werkte met een groep 15-jarigen, 4.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Verdeel jullie in twee groepen.
Elke groep maakt een voorstelling.

‘Vanaf het begin heb ik zeer open naar hen gecommuniceerd omdat ik ervan overtuigd ben dat die openheid hen ook uitnodigt om open te zijn tijdens het proces. Zo vertelde ik hen dat ik met hen een onderzoek naar zelf maken wou doen en dat dat voor mij ook de eerste keer was, een experiment dus. Ik heb er expliciet voor gekozen om de opdracht heel open te maken. Ik heb gezegd: ‘Jullie zijn baas, jullie zijn maker en ik ga jullie begeleiden en ondersteunen.’ Ze mochten ervoor kiezen om allemaal te spelen (ze waren met drie per groep) of niet, ze mochten kiezen hoe lang het zou duren en waar ze zouden presenteren. Alles was vrij. Alle zes volgden ze al langer les maar ze gaven ook wel aan dat ze nog nooit zelf iets hadden gemaakt. Dat vanaf scratch, vanaf nul iets maken en de verantwoordelijkheid krijgen was nieuw voor hen.’

Annelies en Barbara werkten met een groep 12- tot 14-jarigen, 3.1 voor wie vertrouwd is met DKO. Hun opdracht:

Maak per twee een scène met als inspiratiebron de schilderijen van Caravaggio.
Presenteer deze scène twee keer, telkens in een andere speelstijl.

‘Bij ons was het project super kort: vier lessen in totaal. Drie lessen om eraan te werken en de vierde toonden ze aan elkaar. We hebben de opdracht niet in één keer gegeven maar langzaamaan opgebouwd.

Eerste deel van de opdracht:

Kijk naar de schilderijen van Caravaggio.
Kies elk één personage uit één van de schilderijen.
Maak op basis van het beeld van dit personage een personagebeschrijving.

Tweede deel:

Werk samen met iemand die een personage heeft gekozen van een ander schilderij dan jij.
Ga samen naar nog een ander schilderij en kies samen een voorwerp vanop dit schilderij.
Maak samen een scène vanuit jullie personages waarin dit voorwerp een rol speelt.

Derde deel:

Maak van de scène die jullie nu hebben twee versies: een versie waarin je speelt met een vierde wand en een versie waarin je spelen en vertellen aan het publiek combineert.’

Welke opdrachten gebruikten Jarne, Annelies en Barbara om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten? Dat lees je in ‘Made in Zwevegem en Zottegem’.

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.

LEES MEER

Zwembanden

Beginnen in Gent

Wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden, doelgericht of aarzelend op de tast…’

Freek De Jonge

Hoe begin je? Welke opdrachten kan je gebruiken om een groep te laten starten met zelfstandig creëren?

In het project ‘De volledige lijn’, experimenteerden theaterdocenten in het Deeltijds Kunstonderwijs op onze vraag met het zelfstandig laten creëren door jongeren.

Beeld van de tafel tijdens het afsluitend interview met Tom en Sofie van de Kunstbrug in Gent.

De experimenten liepen in het schooljaar ’22-’23. Sommige theaterdocenten deden een project van enkele weken, anderen werkten een heel schooljaar met hun groep rond zelfstandig creëren.

En beginnen, dat deed iedereen.

In Gent aan Academie De Kunstbrug, begonnen Tom Van der Velde en Sofie Van Maele. In een interview na het experiment deelden ze hun opdrachten met ons en met elkaar.

Sofie werkte met een een groep 17-jarigen (4.2 voor wie vertrouwd is met het DKO). Haar opdracht:

Maak samen een voorstelling

‘Dat is heel open, ik weet het, maar deze opdracht kwam er op hun vraag. Ze wilden zelf iets creëren. Met de nadruk op zelf. En ze wilden dat samen doen, met de hele groep. Door gesprekken met hen ben ik daarop uitgekomen. Om te vermijden dat ze in het begin alleen maar zouden praten en overleggen met elkaar, heb ik ze meteen in de eerste bijeenkomst een opdracht op de vloer gegeven: neem een kledingstuk en maak een personage. Zo zijn ze aan hun maaktraject begonnen.’

Tom werkte met een groep 15-jarigen, 3.3 voor wie vertrouwd is met DKO. Zijn opdracht:

Kijk naar een foto van één van de ‘handtasinstallaties’ van de kunstenaar Hans Peter Feldmann.
Maak per twee een korte presentatie waarin je het publiek de persoon van wie deze handtas is, leert kennen.  
Verwerk in je presentatie het beeld van het uitstallen.

‘Hans Peter Feldmann was een Duitse conceptuele kunstenaar en zijn kunst had vaak een humoristische inslag. Eén van zijn werken is de tentoonstelling van een reeks handtassen van vrouwen waarvan de inhoud van de handtas ernaast uitgestald ligt. Hij verzamelde hiervoor handtassen van vrouwen die hij ontmoette. Hij kocht de tas mét inhoud van ze om ze te gebruiken in zijn tentoonstelling. Het gaf mij een voyeuristisch gevoel en tegelijk krijg je meteen een inkijk in wie die vrouw van wie de handtas is zou kunnen zijn.’

Eén van de elf handtassen en inhoud van Hans Peter Feldmann. © Jerry Hardman Jones

Eerste deel van de opdracht:

Voor ik de eigenlijke opdracht vertelde, voor ik het werk van Feldmann liet zien, liet ik ze de volgende opdracht doen:

Haal alles uit je rugzak.
Leg alles zorgvuldig in het kader dat ik voor jou met tape op de grond afplakte.

Tweede deel:

Ga bij elkaar kijken en vraag door over wat je ziet.

Spontaan ontstonden er gesprekken over wat er in hun tas zat. Ze vonden het ook fijn om met elkaar te delen wat voor kleinigheden ze elke dag meedragen.

Derde deel:

Je krijgt per twee een foto van een ‘handtasseninstallatie’ van Feldmann. Deze foto wordt het startpunt voor wat jullie gaan maken.  

Pas dan heb ik de eigenlijke opdracht verteld.

Welke opdrachten gebruikten Sofie en Tom om gaandeweg input te geven aan het zelfstandig creatieproces van jongeren? En wat voor functie hadden deze opdrachten? Dat lees je in ‘Made in Gent’.

Theaterdocent en podcastmaker Annelies De Nil maakte op onze vraag een podcast waarin ze de voor haar meest in het oog springende thema’s uit deze experimenten belicht.

LEES MEER