Vele uren keken we op verschillende plekken naar hoe theaterdocenten jongeren begeleiden. Uit onze observatieverslagen destilleerden we een aantal handelingen die we de theaterdocenten zagen uitvoeren. We zetten elke handeling op een kaartje en verzamelden de kaartjes onder acht thema’s.
We leggen deze kaartjes voor aan theaterdocenten bij wie we gaan observeren en gaan erover in gesprek. Waar hechten ze belang aan? Waarom doen ze wat ze doen?
We lichten er per thema een antwoord uit om zo een inkijk te kunnen geven in de praktijk van de theaterdocent.
Ik spreek met Jorg van den Kieboom. Samen met Hidde Brouwers is hij artistiek leider van 39Graden, een organisatie in Breda die jongeren de kans wil bieden om zelf podiumwerk te maken.
Naast zijn werk bij 39Graden werkt Jorg als theaterdocent in de meest uiteenlopende contexten en heeft hij met dezelfde Hidde een gezelschap: het zuid land.
39Graden bestaat al lang. Jorg was er indertijd als jongere ook actief. Een jaar geleden namen Hidde en Jorg het artistiek leiderschap over en probeerden nieuwe accenten te leggen. De jongeren bij 39Graden vormen een community, zoals ze het zelf noemen. Ze zijn op verschillende manieren betrokken bij 39Graden: ze doen bijvoorbeeld een losse workshop mee of organiseren mee het 39Graden festival. Een deel van deze jongeren stapt mee in een intens jaartraject: de 39Graden Club. Ze doorlopen een jaartraject met als eindpunt het 39Graden festival: een weekend lang tonen de jongeren korte zelfgemaakte presentaties van zeer divers podiumwerk.
In het eerste deel van hun jaartraject werken de jongeren mee aan een maakproces dat Jorg samen met een collega regisseert. De jongeren staan hier nog ten dienste van het project. In de repetitiefase zoekt Jorg wel actief naar wat de jongeren kunnen bijdragen. Hij poogt op die manier hun makerschap aan te wakkeren. En met die ervaring op zak starten de jongeren aan de tweede helft van het jaartraject: zelf een korte presentatie maken. Jorg nodigt een collega uit het werkveld uit om samen met hem de jongeren te coachen. Dit jaar was dat regisseur Lara van Hoof. De jongeren kiezen zelf wat ze willen maken. De enige voorwaarden: het mag maximum tien minuten duren en moet eenvoudig zijn qua decor en licht. De jongeren kunnen kiezen voor een solo of samenwerken. Ze kunnen als maker/speler meedoen of anderen regisseren.
De 39Graden club is één van de mogelijke routes naar het 39Graden festival. Daarnaast kunnen jongeren er ook voor kiezen om zich aan te melden voor een korter traject met als eindpunt het 39Graden festival. In dat traject maken ze zelf en komen naar twee coaching dagen waarin ze beroep kunnen doen op verschillende coaches om hen te begeleiden naar het festival toe.
Ik kreeg de kans het maakproces van de jongeren van de 39Graden Club een paar keer te observeren en interview Jorg bij één van de bijeenkomsten.
Risico en veiligheid

Mogelijke oplossingen niet aanbieden
‘Dat is afhankelijk van de jongere in kwestie. Een reden om het niet te doen, is dat ik niet wil dat er een luiheid ontstaat: ‘Zoeken hoeft niet echt want Jorg komt toch met een idee aandragen’. Soms doe ik het wel. Dan zeg ik letterlijk: ‘Vind je het goed dat ik even iets doe met wat je nu hebt, want ik zie dat je vastloopt. En misschien haal je daar weer iets nieuws uit en je kan er ook voor kiezen om het gewoon weg te gooien.’ Dus dan geef ik wat ik zou doen als een mogelijk idee.’
Feedback

Focussen op interessante momenten
‘Als je de interessante momenten benoemt, denk ik dat je het ook veel makkelijker kan hebben over de momenten die niet werken. Ik analyseer met hen wat wél werkt om zo samen te bekijken hoe wat niet werkt interessanter gemaakt kan worden. Wat werkt? En vooral: waarom werkt het? Dat is de ingang.’
Peerfeedback mogelijk maken
‘Ik wil dat feedback naar elkaars werk toe meer is dan: ‘Ik vond het heel leuk’. Ik stuur de manier waarop ze feedback geven aan elkaar omdat ik wil dat ze niet in een oordelende rol kruipen maar echt mee zoeken. Ik vraag ze bijvoorbeeld om als ze gekeken hebben, twee dingen te benoemen: één iets waarvan ze vinden dat dat zeer sterk werkt en één iets waarvan ze denken dat dat beter kan. Ik vraag ze dan om mogelijkheden te bieden over hoe zij denken dat het beter zou kunnen werken. Of ik vraag ze om te zwijgen als ze gekeken hebben en eerst de maker aan het woord te laten: welke vraag wil de maker stellen aan het publiek? En ik vraag ze dan om daar met zorg op te antwoorden. Iets zelf maken is heel kwetsbaar, er moet een veilige sfeer zijn om tot iets te kunnen komen ’
Vragen stellen

Luisteren, samenvatten en doorvragen.
‘Ik denk dat ik vooral probeer aan te horen, te filteren en dan terug te geven. De kunst is om door de ruis heen te horen wat ze nu eigenlijk willen. Wat is de kern? En die probeer ik dan terug te geven.’
Vragen stellen over inhoudelijke noodzaak
‘Ik weet dat daar in mijn opleiding op werd gehamerd. Wat wil je? Waarom wil je dit vertellen? De vraag naar inhoudelijke noodzaak is een hele goede vraag, maar ik vind het voor deze leeftijd niet de goede ingang omdat het maakproces daar meteen hoofdelijk door wordt. Ik vind het veel fijner als ze vanuit intuïtie, lol, spelplezier en enthousiasme beginnen te maken. Vanuit dat vuurtje begint een maakproces. De vraag wat ze ermee willen vertellen ontstaat dan later wel. Ik vind dat we in de wereld van vandaag al zoveel moeten reflecteren, moeten weten.’
Opdrachten

Opdrachten aanbieden om materiaal te genereren
‘Sommige jongeren kiezen ervoor om te regisseren, niet om te spelen en moeten dus zelf opdrachten bedenken om materiaal te genereren bij hun spelers. We lieten ze vertrekken vanuit: Wat kun je op de vloer doen? Wat zie je een speler doen en hoe regisseer je dat? Hoe bied je iets aan? We proberen ze aan te reiken dat hoe eenvoudiger je een opdracht maakt, des te meer materiaal het kan opleveren. Vermijd teveel uitleg, geef iets simpel waar een speler mee aan de slag kan zodat jij weer iets kan terugkrijgen. Dus steeds komt terug: vermijd oeverloos praten, werk op de vloer via korte opdrachten, maak het simpel, niet teveel willen, probeer niet een megalomaan verhaal te vertellen want dan verdrink je. ’
Kunstenaar onder de kunstenaars

Ervaring delen
‘De eerste twee repetities van het zelfstandig maakproces heeft Lara opdrachten gedaan met de jongeren vanuit haar werkwijze, zodat de jongeren konden zien hoe zij materiaal genereert. Ze deed een opdracht met hen om hen te ondersteunen in het elkaar regisseren. Lara vroeg een deel van de jongeren om te kijken aan de kant en een deel om ergens op de spelvloer te gaan ‘hangen’ en te denken: ‘Dit is de beste houding ooit’. Lara werkte er op haar manier aan verder: door wat ze zag op de vloer, gaf ze de spelers steeds een nieuwe spelregel. Uiteindelijk vroeg ze aan de jongeren aan de kant om een spelregel te geven vanuit wat ze zagen gebeuren op de vloer. Op die manier proberen we de ervaring te delen hoe je een wisselwerking kan laten ontstaan tussen speler en regisseur. We wilden laten zien dat een regisseur niet alwetend hoeft te zijn, maar op het moment kan reageren. Dat het interessant kan zijn om met je speler op de vloer te gaan en te zien wat de speler aanbiedt en vanuit wat je interessant vindt, verder te gaan. Niet meteen teveel willen, maar stap voor stap zoeken. De groep had met mij al gewerkt naar een voorstelling toe, mijn werkwijze kenden ze. En ze konden zo zien dat er niet één werkwijze bestaat. Sommige jongeren pikten uit de manier waarop wij werkten dingen mee om uit te proberen. Anderen beseften door het meekrijgen van twee werkwijzen dat er dus meerdere bestaan. Dat hun eigen werkwijze dus ook goed is.’
Artistiek oordelen inhouden
‘Ik zeg soms dat ik iets mooi vind, maar ik zeg niet dat ik iets lelijk vind. Ik vind dat dat oordelen al genoeg gebeurt, dus ik probeer meer vanuit een inhoud te kijken. Stel, iemand heeft een kostuum aan dat zeer vreemd is bij dat personage of die inhoud, dan koppel ik daar een vraag aan in plaats van een oordeel uit te spreken. Iets wegzetten als mooi of lelijk, vind ik te makkelijk. Er moet een gezamenlijk zoeken zijn om iets verteld te krijgen. En ik wil dat ze wegkomen van: wat vind jij? Ik kaats die vraag dan terug: wat vind jij? Want jij wil iets maken.
Lara en ik zijn er niet om ons idee te projecteren op wat de jongeren maken. We zijn er om sturing te geven en om te kijken wat theatrale middelen zijn die ze kunnen inzetten waardoor iets spannend wordt. Ik probeer ze bijvoorbeeld weg te houden van alles uit te leggen en ik probeer ze te laten zien wat de kracht van verbeelding is. Ik vind het belangrijk dat ze doordenken over en uitproberen rond de vorm. Wat wordt je beeld? Waarom? Welke muziek gebruik je? Waarom gebruik je die? Waar ze zelf nog vaak voor kiezen, is het letterlijke: één op één. Ik zet een realistische huiskamer op scène, bijvoorbeeld. Ik wil dat ze de anekdote overstijgen. Ik probeer ze uit te dagen om door te denken over de vorm en de inhoud die ze kiezen. Op die manier zijn we dus op zoek naar kwaliteit in het eindproduct. Maar misschien nog meer naar de kwaliteit van volledig achter iets gaan staan en iets uitproberen. Het risico dat zo’n zoektocht mis gaat, hoort daarbij. Ik probeer altijd via plezier en via onderzoeken met elkaar kwaliteit te laten ontstaan. En als ik zie wat precies de kwaliteit zou kunnen zijn van een bepaalde performance, ondersteun ik zo goed mogelijk om die naar boven te halen met ze. En nee, dat hoeft dan niet mijn smaak te zijn.’
Het proces

Nadruk leggen op het belang van het proces.
‘Ik merk dat er een prestatiedrang is onder de jongeren waarmee ik werk. Het gevaar bestaat dat ze proberen te maken wat ze denken dat een ander goed zal vinden. Ik ben juist benieuwd naar wat zij zelf interessant vinden, al is dat een disconummer uit de eighties waar ze heel erg veel energie van krijgen of wat dan ook. Ik vraag ze om op zoek te gaan naar waar zij van aangaan en dat als vertrekpunt te gebruiken. Ik zeg ze: ‘Start een proces niet vanuit wat een interessant of goed eindproduct zou zijn in de ogen van anderen. Wat jij interessant vindt, vind ik waarschijnlijk interessant omdat jij het zo interessant vindt. Dus start van daaruit een proces.’ Zo was er in dit traject bijvoorbeeld een meisje dat in de war raakte en vertelde dat ze niet goed abstract kan denken en dat ze het gevoel had dat dat moest omdat iedereen om haar heen dat deed. Bij haar was het dus zaak om dat moeten weg te nemen en samen met haar terug te zoeken naar waar zij zin in had om van daaruit weer in het proces, in het zoeken te kunnen stappen.’
Individuele coaching

Helpen om zelf beslissingen te nemen
‘Bij de groep dit jaar, merkte ik dat ze van vervreemding houden maar niet precies weten wat dat is. Ik liet ze beeldmateriaal zien van andere makers die dat vervreemdende sterk toepassen. Daar praatten we over door. Wat is dat, vervreemding? Hoe werkt het? Wat valt je op in vorm? Waarom is die vorm er? Wat valt op aan deze speelstijl? Wat voor effect heeft die speelstijl? Dat soort gesprekken doen hen opnieuw kijken naar wat ze zelf aan het maken zijn. Ik nodig ze zo uit om door te denken en beslissingen te nemen zonder ze de pap in de mond te geven.’
Coaching van de groep

Het werken op de vloer stimuleren
‘Wat ik merk is dat ze als eerste ingang tot maken ervoor kiezen om te gaan zitten en het erover te gaan hebben met elkaar. Soms is dat juist dodelijk voor het proces. We hebben ze in het begin van de tafel weggehaald en ze laten wandelen met elkaar en op die manier laten praten. Daarna lieten we ze iets uit dat gesprek kiezen om op verder te werken en probeerden we ze aan te jagen om meteen te gaan doen. Ik wil dat ze aan de slag gaan. Op de vloer. We hebben elke dinsdagavond repetitie, maar daarnaast zijn tijdens de rest van de week de ruimtes hier in Podium Bloos beschikbaar. We vragen de jongeren om een planning te maken voor repetities en vragen ze om dan ook écht te repeteren. Ze maken daar ook gebruik van en dat vind ik heel goed. Het proces zelf wordt zo ook van hen en vindt niet alleen hier plaats wanneer wij er zijn. Ze moeten het zelf indelen, ze moeten aan de gang. Ze nemen zelf verantwoordelijkheid over hun proces. In de repetitie op dinsdagavond trekken we dat vaak door. We hebben in ons achterhoofd een plan van hoe we de repetitie kunnen indelen, maar we beginnen altijd met de vraag: ‘Wat hebben jullie nu nodig?’ Als hun antwoord betekent dat we heel onze planning voor die avond moeten omgooien, dan doen we dat. Wat daaronder ligt is dat we ze benaderen als maker en daar hoort die werkhouding bij.’
Het ontbrekende kaartje
Of Jorg een kaartje mist? Waar grijpt hij vaak naar in het begeleiden van jongeren die zelfstandig maken wat nog niet op een kaartje staat?

Helpen braafheid overboord te gooien.
‘Niet alles hoeft logisch te zijn. Ik wil dat ze een onderbuikgevoel durven te volgen en vertrouwen op de beelden of ideeën die plots bij hen opkomen. Zeker als ze al een tijd met de materie bezig zijn. Dan komt een beeld, hoewel aanvankelijk onverklaarbaar, niet zomaar. Ze moeten het zeker niet allemaal uitgelegd krijgen. Ook in de omgang met jongeren zoek ik ernaar om braafheid overboord te gooien. Ik installeer dat bewust: ik plaag jullie en jullie plagen mij. Plezier is een wezenlijk deel van het werk, zowel op de vloer als ernaast. Ik wil dat er zin is om te komen, om te onderzoeken, om te repeteren.’